Ook Volvo heeft in Nederland auto's geassembleerd. In 1957 werd hiermee een begin gemaakt bij Polynorm in Bunschoten. Volvo trucks zijn gedurende korte tijd in een fabriek in Boskoop gebouwd. bron: artikel in Auto & Transportwereld, juli 1978
|
In 1936 werd de firma J.J. Molenaar uit Amersfoort importeur van Morris. Zij waren al sinds 1933 MG importeur. Na de oorlog wilde de heer Molenaar Morris personenauto’s en trucks in ons land assembleren. In 1949 werd hiermee een begin gemaakt. In Amersfoort was hiervoor geen ruimte en er moest een nieuwe fabriek gebouwd worden. Deze was in 1953 klaar. Tussen 1949 en 1953 vond de assemblage plaats in een fabrieksruimte die gehuurd werd van Ford dealer en carrosseriefabriek Jan Jongerius in Jutphaas bij Utrecht aan het Merwedekanaal.
Lees meer...
Nadat Rotterdam geen geschikt terrein kon aanbieden, zag Amsterdam haar kans schoon. De gemeente bood een stuk bouwgrond aan dat lag bij een nieuwe haven ten westen van Amsterdam aan de zuidzijde van het Noordzeekanaal, even voorbij de Hembrug. Deze haven, oorspronkelijk “Haven West” genoemd, wed later de “Ford-Haven”. Hier konden de schepen met onderdelen rechtstreeks van open zee tot letterlijk voor de deur van de fabriek varen.
Op 8 oktober 1931 werd de eerste betonnen heipaal geslagen op het nieuw opgespoten terrein. De fabriek werd in snel tempo gebouwd. De belangrijkste gebouwen en installaties waren eind augustus 1932 klaar en in september van dat jaar werd de nieuwe Ford fabriek in bedrijf gesteld. De officiële opening was op 15 mei 1933. Henry en Edsel Ford waren daarbij niet aanwezig en volstonden met het sturen van een telegram.
Lees meer...
Willys kent twee assemblage perioden in Nederland
Voor de 2e wereldoorlog gebeurde dat bij Sieberg en na 1954 gebeurde dat ook in de NEKAF fabriek te Rotterdam
 advertentie 1939
Lees meer...
Vanaf het voorjaar van 1955 werd bij Polynorm in Bunschoten deze Standard Eight de Luxe geassembleerd voor de Europese markt.
Standard Eight de Luxe
Cabines voor Scania vrachtauto's werden al eerder gemaakt door Be-Ge (Holland) NV in Meppel, maar sinds 1965 worden door Scania in Zwolle complete vrachtauto's geassembleerd. Hun website geeft een uitgebreide geschiedenis.

Lees meer...
Aan het einde van de jaren dertig leverde International Harvester per dag gemiddeld zeven chassis af en bood werk aan dertig mensen.
"U helpt talrijke Nederlandse monteurs aan werk" meldde een mededeling van de International-assembleur uit 1939 en daarmee was tevens een beeld geschetst van de situatie op de arbeidsmarkt in het voor-oorlogse Nederland.
De plannen om in ons land tot assemblage van International Harvester vrachtwagenchassis te komen, lagen al geruime tijd gereed en de weigering van de scheepvaartmaatschappijen om onverpakte chassis van de Verenigde Staten naar Europa te verschepen, leidde tot realisatie van deze plannen.
bron: artikel in Auto- en Transportwereld, juli 1978
Op 11 november 1965 werd tijdens een persconferentie bekend gemaakt dat de “Automobiel Industrie HINO Nederland” opgericht was, die zou beginnen met de assemblage van HINO trucks en HINO Contessa personenauto’s. In het Sloehavengebied bij Vlissingen werd daarvoor een fabriek gebouwd. Toen de fabriek nog niet af was werd al begonnen met de assemblage van HINO trucks in een plaatijzeren loods. De HINO Contessa werd voorlopig nog uit Japan geïmporteerd. De Contessa was een auto die uit de Renault 8 was ontwikkeld met een 1300 cc motor achterin. Het merk sloeg echter niet aan, de personenauto met motor achterin was op z’n retour, voorwielaandrijving had de toekomst voor de middenklasse. Er werd maar een klein aantal trucks geassembleerd. 1966 was een top jaar voor de Contessa in Nederland met 144 stuks. In 1969 werd HINO Nederland geliquideerd. HINO is nu van Toyota en bouwt alleen trucks, die je vooral in Azië en Afrika veel tegen komt.

Albatros uit Amsterdam bouwde tussen 1949 en 1959 meer dan 350 trucks en bussen. De chassis waren gefabriceerd door de Schotse fabrikant Albion. In feite was het assemblage maar soms met behoorlijke wijzigingen t.o.v. de originele chassis. De cabines waren ook Hollands fabrikaat: Cucarwa.
foto collectie Davidse
De assemblage van Morris auto’s in Nederland gaat terug tot 1927 toen de Morris fabriek in Engeland, zelf een vestiging in Rotterdam oprichtte en daar begon met het assembleren van kleine aantallen personenauto’s. In 1929 verhuisde het bedrijf naar Delft. In 1936 werd de assemblage gestopt. Het importeurschap van Morris ging naar de firma J.J. Molenaar uit Amersfoort, die al sinds 1933 MG importeur was.
Advertentie 1928
Lees meer...
NEKAF - Kaiser - Simca - Hillman - Willys - Chrysler - Saab

De Amerikaan Henry J. Kaiser was in de oorlog rijk geworden door op zijn scheepswerf de beroemde Liberty schepen in serie te bouwen. Na de oorlog wilde hij auto’s gaan bouwen. Hij nam daarvoor een fabriek in Willow Run (Michigan) over. In deze fabriekshallen had Ford in de oorlog B24 Liberator bommenwerpers gebouwd. Omdat hij zelf geen ervaring had in de automobielindustrie zocht hij een partner die hij vond in de figuur van Jozef Frazer. Deze was directeur van de Graham fabriek die in 1941 ter ziele gegaan was. Ze startte de productie van Kaiser en Frazer modellen in 1946 en ze kwamen daarmee met de eerste geheel nieuwe Amerikaanse modellen van na de oorlog.
Vanwege de dollar schaarste was exporteren naar Europa niet eenvoudig. Daarom ging Kaiser op zoek naar een geschikte plaats om zijn auto’s in Europa te assembleren. De pas opgerichte Benelux was het meest geschikt en met steun van de Nederlandse overheid kwam hij in Rotterdam terecht. In een halfjaar tijd werd aan de Sluisjesdijk een nieuwe hal gebouwd en op 21 februari 1949 rolde de eerste Nederlandse Kaiser de fabriek uit. De fabriek heette Nederlandse Kaiser Automobiel Fabriek en werd een begrip onder de naam NEKAF. Het was een zelfstandig bedrijf en kon daarom ook andere merken assembleren. Al spoedig kwam er een nieuwe klant namelijk Simca. In februari 1950 werd begonnen met de assemblage van de Simca 8-1200. Naast de grote modellen van Kaiser kwam er een kleiner model bij, de Henry J. Deze werd van af 1951 ook aan de sluisjesdijk geassembleerd.
Een derde nieuwe klant was Hillman en vanaf eind 1953 tot en met 1956 werden er 1914 Hillman Minx en 258 Hillman Husky bestel wagens geassembleerd. Intussen was Willys door Kaiser overgenomen en vanaf 1954 tot 1957 werden er ook 576 Willys Aero geassembleerd. Bovendien plaatste het Nederlandse Leger een bestelling van 5674 stuks op de Jeep M38A1, die bij iedere dienstplichtige bekend stond als de NEKAF.
De Kaiser fabriek was inmiddels failliet gegaan en Chrysler nam de hele zaak over, daarmee werd NEKAF nu Chrysler International S.A.
Naast Simca werden er nu compact cars van Chrysler zoals de Plymouth Vaillant en de Dodge Dart geassembleerd. Nog één ander merk werd een tijdje aan de Sluisjesdijk geassembleerd, namelijk Saab. In 1962 en 1963 werden er 570 stuks Saab 96 gebouwd. Eind zestiger jaren begon het af te lopen van wegen de ontwikkelingen in de EEG. Er was nog een opleving tussen 1969 en 1971 door de Simca 1200S. Wegens capaciteit problemen bij Simca zelf, werden de bij Bertone gebouwde carrosserieën aan de Sluisjesdijk afgebouwd. In 1971 werd de zaak geliquideerd.
SAAB assemblage
In de periode 1962-1963 werden er bij Chrysler International S.A. in Rotterdam, de voormalige NEKAF (Kaiser fabriek) gedurende twee jaar SAAB 96 geassembleerd. Het aantal was 423 stuks in 1962 en 147 stuks in 1963, totaal dus 570 stuks.
Bron Conam Bulletin jaargang 13, nummer 3 artikel: Frans Vrijaldenhoven
|
|