Home Historie Fabrikanten van motorvoertuigen Fabrikanten (beschrijvingen)

Fabrikanten (beschrijvingen)

Holland Saurer, Den Haag / Heerenveen

Medio jaren '50 werd er in samenwerking met de importeur van Saurer (Auto-Palace in Den Haag), de Saurer fabriek in Zwitserland en carrosseriefabriek Hainje een nieuw type autobus ontworpen, de Holland Saurer. Tussen 1955 en 1958 werden er 83 stuks vervaardigd.

HOLLAND-SAURER-2

Assemblage van de Holland Saurer bij Auto-Palace in Den Haag

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (donderdag 15 mei 2014 20:11)

Lees meer...

 

Dopper, Appingedam

dopper-1

Bij de motorenfabriek van Jan Brons in Appingedam werkte Jan Dopper als baas van de draaierij. Op zijn initiatief werd in 1903 een motorrijwiel gebouwd.

Dopper kreeg het idee om de Bronsmotor met zelfontbranding in het klein na te maken en in een versterkt rijwielframe te plaatsen. Daarvoor kreeg hij de oude fiets van Jan Brons, maar moest wel eerst de buizen van het frame volgieten met aluminium om het zaakje steviger te maken. Volgens de boeken van de fabriek kreeg hij daarna op 23 november 1903 van de fabriek een zadel, een riem en een aantal schroefjes. Het motortje was een 269 cc eencilinder dieselmotor die op gewone petroleum of gasolie liep. De machine had een vrij lange wielbasis en riemaandrijving. Enige tijd later werd ook voorop een zitplaats aangebracht.

Commerciële doelstellingen met deze motorfiets schijnen zowel Dopper als Brons niet te hebben gehad en het is dan ook bij dit ene exemplaar gebleven. De motorfiets heeft het lang uitgehouden, want op 26 juli 1907 kreeg Jan Dopper het kenteken A-370.

 

dopper-2

 

detail Brons dieselmotor

 

Bronnen:
Groninger Archieven
Gedenkboek 'Volle Kracht Vooruit' (Brons 1907-1957)

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 31 januari 2014 17:58)

 

De V.L.A.M. of VLAM

vlam-img067

De Haagse autohandel Verwey & Lugard's Automobiel Maatschappij was een van de oudste automobiel-importeurs in Nederland, onder andere van de merken Peugeot en Fiat. In het jaar 1907 merkten zij dat er door de economische crisis in ons land nog wel behoefte bestond aan de lichte automobielen uit de eerste automobieljaren, terwijl de meeste fabrikanten dit type voertuig van het programma geschrapt hadden en zwaardere auto's waren gaan bouwen. De firma besloot toen zelf een voiturette op de markt te brengen onder de merknaam V.L.A.M., een afkorting van de firmanaam. Het werd een voor de Nederlandse markt aangepaste Franse D.F.P. (Doriot, Flandrin et Parent), een tweepersoons, eenvoudig en onderhoudsvriendelijk wagentje met een opklapbare kap, maar nog zonder voorruit. Na enkele detailwijzigingen werd de VLAM voor het eerst op de R.A.I.-tentoonstelling van 1907 werd geëxposeerd en waar het veel bekijks trok.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 06 december 2013 22:52)

Lees meer...

 

H. Landeweer, Martenshoek

harm-landeweer-A-224

Harm Landeweer, die in het Groningse Martenshoek een machinefabriek had, bouwde tussen 1902 en 1906 een auto met een 1,75 pk De Dion Bouton eencilindermotor. Het was een vierzitter waarmee de eerste rit werd gemaakt op 10 augustus 1904. Van een serie van elf ritten die gemaakt werden tussen 10 en 27 augustus 1904 werden alle gegevens, zoals snelheid, aantal passagiers, afgelegde afstand en verbruikte brandstof, nauwgezet genoteerd. Door de per automobiel afgelegde afstanden te vergelijken met die te voet, bepaalde Landeweer het nut van de auto. Hij noemde zijn auto een 'vierwielige motorfiets' (of quadrycycle?). Volgens de beschrijving had de proefauto zitzadels en woog ongeveer 220 kg.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (maandag 18 november 2013 14:50)

Lees meer...

 

A.S. - Schmidt’s Automobiel- en Motoren handel

A.S.-embleem

Schmidt's Auto- en motorenhandel was sinds 1916 gevestigd in Midden-Beemster als specialist op het gebied van de vrachtauto-handel en -reparatie. Een aantal jaren later, in 1928, begon Schmidt met de import van het Amerikaanse truckmerk Republic. Dit merk werd in Nederland voornamelijk aan autobusmaatschappijen verkocht. Maarsse & Kroon kocht in 1929 een Republic bus waarop een Verheul carrosserie werd gemaakt (deze bus met chassisnummer 300340 werd in 1943 bestemd voor de sloop). De N.Z.H. kocht in december 1931 drie Republic bussen, voorzien van een carrosserie van de fa. Asjes te Alkmaar.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zaterdag 16 november 2013 11:56)

Lees meer...

 

Simplex, Amsterdam

Op 5 april 1887 vond te Utrecht de oprichting plaats van de "Simplex Automatic Machine Company", met een beginkapitaal van 40.000 gulden. In een pand aan de Leidscheweg startte men onder leiding van de oprichter, de heer C. H. Bingham, met vijftien man personeel en een gasmotor om de machines aan te drijven, met de fabricage van chocolade-, eau de cologne- en andere automaten.

Charles Bingham, voormalig goederen-inspecteur van de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij, had hooggespannen verwachtingen, maar het liep niet hard met de automatenverkoop, zodat na een paar maanden al vijf man werden ontslagen. Bingham was medeoprichter van de voorloper van de ANWB en thuis in de wereld van het fietsen. Daarop besloot hij om met het overgebleven personeel onderdelen voor rijwielen te gaan maken.

simplex-Leeuwenberg

Eind 1887 werd Petrus Johanna Maria (Piet) Leeuwenberg in de directie opgenomen. In 1891 nam Leeuwenberg de leiding over, waarna Simplex zelf met de fabricage van fietsen begon. Op l augustus van dat jaar verhuisde de fabriek naar een pand aan de Amsterdamsche Straatweg, aan de rand van Utrecht. Daar had men wat meer ruimte, waardoor de productie flink kon worden opgevoerd.

Ook in datzelfde jaar nam Simplex deel aan een tentoonstelling te Scheveningen, waar op de Simplex-stand zes rijwielen werden geëxposeerd. Daarmee oogstte men zoveel succes dat gelijk de hoogste onderscheiding in de wacht werd gesleept.

Door het verkoopsucces kwamen er filialen in het gehele land en vooral toen in 1894 de technische leiding in handen kwam van ir. W.K. van Erven Dorens, werden de zaken wat meer wetenschappelijk aangepakt. Er kwamen verbeterde werkmethoden, waarna de productie snel steeg naar 1500 stuks per jaar.

Inmiddels werkten er zeventig man personeel bij Simplex. De fabriek in Utrecht werd te klein, zodat men besloot te verhuizen naar Amsterdam. Daar werd aan de Overtoom een geheel nieuw pand gebouwd van drie verdiepingen hoog, met een totale vloeroppervlakte van 1200 m2. Ook was aan het bedrijf een rijschool voor wielrijders verbonden. De naam van de fabriek werd gewijzigd in "Simplex Rijwielfabriek N.V.", de directie kwam in handen van de heer Leeuwenberg. Het kapitaal werd vergroot tot 500.000 gulden.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zaterdag 14 september 2013 13:54)

Lees meer...

 

Brons, Appingedam

Brons. fabriek van scheeps- en stationaire motoren.

Jan-Brons-1

Jan Brons werd geboren op 20 januari 1865 in het Groningse dorp Wagenborgen. Hij was de zoon van een timmerman-aannemer. Jan zou ook timmerman worden, maar in het bedrijf van vader Brons werden in de rustige winterperiode een aantal dorsmachines gebouwd waarmee men tijdens het seizoen als loondorser op pad ging. Daardoor kreeg het bedrijf steeds meer het karakter van een machinefabriek. De jonge Jan hielp mee in het bedrijf en kreeg zoveel interesse in de machines dat hij besloot zelf een motor te gaan bouwen.

Zijn eerste pogingen hiertoe dateerden van omstreeks 1890. Enkele jaren later, waarschijnlijk in 1893, was de eerste krachtbron gereed. De bedoeling was dat de motor op petroleum zou lopen, maar dat lukte niet. De oorzaak bleek een verkeerde vertaling uit een Engels boek, waarbij het woord 'petrol' werd vertaald door 'petroleum'. Toch kreeg hij het voor elkaar de machine op petroleum te laten lopen.

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 31 januari 2014 17:59)

Lees meer...

 

Hillen, Jutphaas / Utrecht

Hillen-Renard-trein-1

Volgens het boek van Bart Heldt '80 jaar Nederlandse Automobielindustrie' heeft in de periode tussen 1911 en 1915 heeft een zekere Hillen tenminste één auto gebouwd. Nadere bijzonderheden ontbreken, maar het ligt voor de hand dat mede in verband met de oorlog van verdere plannen moest worden afgezien. Bekend is nog slechts dat de wagen in Jutphaas gebouwd werd.

Het boek van Jan Lammerse 'Autodesign in Nederland' geeft meer informatie: "Over auto's van het merk Hillen is nauwelijks iets bekend. In diverse publicaties staat vermeld dat de firma V.A. Hillen & Co. te Jutphaas tussen 1911 en 1915 tenminste één, wellicht meerdere auto's heeft gebouwd. Waarschijnlijk is hier sprake van de zogenaamde Renardtreinen, waarvoor aan Comm. Venn.schap V.A. Hillen & Co. te Utrecht op 18 oktober 1905 vergunning nummer 2022 werd uitgereikt. De Renardtrein was een voorwagen gekoppeld met volgwagens voor personenvervoer Hij werd aanvankelijk in Frankrijk besteld bij de Parijse firma Sureoni & Cie. De voorwagen leek op een forse personenauto met een aandrijfaftakas zoals de huidige tractoren hebben. Aan de voorwagen werden twee of meer omnibusaanhangers gekoppeld voor personenvervoer Elke aanhanger had op zijn beurt een eigen aandrijving dank zij de aftakas van de voorwagen.
In 1905 werd de Renardtrein op een groot aantal plaatsen, onder andere in de omgeving van Utrecht, Amersfoort, Wassenaar Alphen a/d Rijn en Haarlem, volop gedemonstreerd. De pers sprong er gretig op in. Er was sprake van fabricage in Utrecht, waar de firma V.A. Hillen & Co. in een eerder stadium was gevestigd, maar of daar slechts volgwagens ontstonden of dat men tevens de productie van een voorwagen op zich nam, is onduidelijk. In Jutphaas is in elk geval geen tastbaar bewijs van de productie van eigen auto's gevonden."

 

Hieronder: een proefrit in november 1905 met de Renard-trein op de Rijksstraatweg van Utrecht via Alphen naar Leiden

19051118-P245-Renard-trein

Peter Sprangers, secretaris van de st. Historische Kring Tolsteeg-Hoograven / Utrecht, kon in juli 2013 een aanvulling geven over de voorgeschiedenis van de firma Hillen:
1896 Firma Frans Andriessens V.A. Hillen & Co., Ingenieurs in ijzerconstructies
Gekocht: de houtzaagmolen (met kolk) van de weduwe De Vos Jongeneel om op dit terrein werken in ijzer en alles wat daarmee in verband staat uit te oefenen zoals bruggenbouw, ketelmakerij, wagonbouw, scheepswerf, enz.enz. Pad langs de Vaartse Rijn bleef behouden (Jongeneel = voorouder van huidige Jongeneel hout)

1903-Hillen-en-Co-1
1905 Commanditaire Vennootschap V.A.Hillen & Co: ijzerconstructiefabriek"Hoograve"
"Inrichting zal worden gebruikt tot het maken van alle soorten ijzerconstructies en tot het vervormen van staal en ijzer door walsen". Geplaatst werden een stoommachine met ketel(s), een gemetselde oven, een walsmachine, knip- en buigmachines, een zaagbank, pons- en boormachines en wat verder nodig was.
1906 V.A.Hillen & Co manufacturers of "light steel rails"
"Vergunning tot het leggen van een 2e spoor van fabriek naar Vaartse Rijn."
1908 HILLEN STEEL RAIL WORKS (Utrecht-London)
- wederopbouwen van door brand vernielde galvaniseerovens naast de nieuw gebouwde machinehal. Spoedklussen voor de Posterijen en Telegrafie.
- plaatsen van 2 stoomlieren aan de Vaartse Rijn gesteld op een betonblok en gestut op palen, welke de beweegkracht zullen leveren voor twee hijskranen.
- plaatsen van Siemens oven om allerlei metaal afval te versmelten tot stalen blokken die daarna tot rails verwalst worden, werkend met gas-regeneratie. De materialen zullen op het bordes worden gehesen met 2 losse elektrische kranen uit de lichters in het kanaal. Op de oven komt 10 man te werken."

1909 Fabriek gestopt

hillen-1905-1909

Bronnen:

Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie. Peters Uitgeversmij B.V., Deventer, 1976
Lammerse, Jan: Autodesign in Nederland. Uitgeverij Waanders, 1993
Sprangers, Peter, secretaris van de st. Historische Kring Tolsteeg-Hoograven / Utrecht

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 18 augustus 2013 08:42)

 

Dresselhuis, Winschoten

dresselhuis

Hendrik Dresselhuis zou in Winschoten rond 1900 een auto gebouwd hebben. Er is een onduidelijke, foto bekend van een auto die aan Dresselhuis wordt toegeschreven. De auto heeft nogal wat overeenkomsten met de eerste Simplex automobielen uit die tijd. De foto toont een tweezitter met vermoedelijk de motor onder de zitbank. De sturende voorwielen hebben meezwenkende voorspatborden. De auto had draadspaakwielen met luchtbanden, die achter groot waren en aan de voorkant wat kleiner.

Bron: Lammerse, Jan: Autodesign in Nederland. Uitgeverij Waanders, 1993, ISBN 90.6630.372.7
Foto: Nieuwsblad van het Noorden 10 november 1976

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (dinsdag 07 mei 2013 11:55)

 

Altena, Haarlem

Auto's, Motorfietsen en Vliegtuigen

Anton van Altena wordt geboren in 1873 in Leusden. Na zijn HBS-tijd wordt hij molenaar, maar vertrekt in september 1896 naar Voorburg, bij Den Haag, waar hij als volontair-draaier gaat werken bij een rijwielzaak. Een goede vriend van Anton is August Eysink, die getrouwd is met de zuster van Anton, Gosina (Sientje). Eysink en Altena houden elkaar op de hoogte van alles wat met fietsen te maken heeft. In mei 1897 gaat Anton naar Wimborne in Engeland, waar hij als "volleerd rijwielreparateur" werkt.

Na een paar jaar komt hij terug naar Nederland, waar hij wordt aangenomen als monteur in het autobedrijf van Aertnijs in Nijmegen. Dat duurt niet lang. Altena vertrekt naar Parijs waar hij een baan krijgt bij het "Entrepot Générale des Automobiles" in de "Avenue de la Grande Armée".

In maart 1900 keert Anton terug uit Parijs en vestigt zich in Haarlem. Aanvankelijk is hij daar handelaar in tweedehands auto's, noemt zich dan al 'fabrikant van automobielen", maar dat woord heeft in die tijd ook nog een "ambachtelijke" betekenis. Als autohandelaar en -reparateur krijgt hij op 2 november 1900 Rijksnummer 305 toegewezen voor een voertuig met de afmetingen 2.00 x 1.27.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (dinsdag 26 maart 2013 22:49)

Lees meer...

 

Rademaker, Groningen

Rond het jaar 1900 bouwde Pieter Rademaker uit Groningen een aantal automobielen. Hij was rijtuigmaker van beroep en had een werkplaats aan de Trompstraat, waar hij tilbury's, coupeetjes, sjezen, bokkenwagens en Utrechtse wagens bouwde. Elke dinsdag werden deze voertuigen met handkracht naar de Vismarkt gebracht om ze aan de daar aanwezige boeren te verkopen.

Volgens overlevering kocht Pieter Rademaker, nadat hij iets had gelezen over in het buitenland gebouwde automobielen, in Duitsland een benzinemotor. Hij bouwde er een rijtuigcarrosserie omheen en bracht remmen en besturing aan. Een achteruitversnelling ontbrak. Deze auto werd verkocht, maar niet bekend is aan wie.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 31 januari 2014 14:43)

Lees meer...

 

Konings, Swalmen

In 1873 werd door Michael Konings en zijn zoon Peter in het Limburgse Swalmen Konings Machinefabriek BV opgericht. Men concentreerde zich op landbouwwerktuigen en draaimolens. In 1898 werd het bedrijf uitgebreid met een ijzergieterij. Vanaf dat moment konden de eigen producten met in huis gegoten onderdelen uitgevoerd worden.

konings-1899

Wanneer voor het eerst een auto werd gemaakt is niet duidelijk, waarschijnlijk was dat in 1899. Deze Konings had vrijwel zeker een De Dion Bouton-motor. Later verlieten ook exemplaren met, naar het voorbeeld van De Dion, in eigen beheer gemaakte motoren de fabriek. Alle auto's van Konings waren vierzitters.

 

 

Foto links: de vroegst bekende Konings auto uit 1899

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 15 maart 2013 13:18)

Lees meer...

 

Gelria, Arnhem

Gelria-1900-05-05-img889-1

De advertentie hierboven verscheen in de Wereldkroniek van 5 mei 1900 (klik voor een grotere versie)

 

De Machine- en Motorenfabriek Gelria te Arnhem is voortgekomen uit een reparatiewerkplaats die in 1883 door dhr. J. Kuhn werd opgericht. Deze onderneming werd in 1886 overgenomen door C.F.P. Alsche en vanaf 1892 voortgezet als G.A. Alsche en Co. In 1889 werd het bedrijf uitgebreid met een ijzergieterij. Men vervaardigde onder meer stationaire stoommachines en gas- en petroleummotoren.

In 1899 besloot Gelria automobielen te gaan bouwen en deze te voorzien van een eigen motor. Twee mensen werden hiervoor aangetrokken: J. Brouwer, afkomstig van de motorenfabriek Thomassen in De Steeg, waar hij aan de ontwikkeling van industriële en stationaire motoren had gewerkt en P.J. van de Berg van Saparoea. Samen vormden zij de directie van de autoafdeling.

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (donderdag 05 juni 2014 18:53)

Lees meer...

 

Zwaluw - Carel van Rosendael

zwaluw-advertentie-1

Op 11 juli 1898 wist rijwiel- en kinderwagenfabrikant Carel van Rosendael uit Nijmegen met spectaculaire berichtgeving de aandacht op zich te vestigen. Op 6 september van dat jaar zou de kroning van prinses Wilhelmina plaats hebben en in een advertentie en een persbericht in de Provinciaal Geldersche en Nijmeegse Courant van 11 juli 1898 beloofde Van Rosendael een kronings kinderwagen te zullen schenken aan elk kind dat op 6 september in Amsterdam, Den Haag of Nijmegen geboren werd en dat de naam Wilhelmina zou krijgen.

Het persbericht gaat dan verder:

"Tevens kunnen wij melden dat genoemde fabriek, vooruitstrevend als zij is, sinds lang plannen had, automobielen, het rijtuig der toekomst, te bouwen, welke zullen worden gedreven door een speciaal nieuw tot hiertoe onbekend systeem motor. Te dien einde heeft de fabriek belangrijke uitbreidingen ondergaan en is de motor van 15 P.K. vervangen door een van 30 P.K., terwijl in de ruime machinekamer een dynamo dienst doet om met ruim 100 stuks gloeilampen de fabriek electrisch te verlichten.

Daar, voor zover ons bekend is, dit de eerste fabriek in ons land is, welke zich op de autocar-fabrikage zal toeleggen en te Parijs de vraag naar den rijtuigen zoo groot is, dat er fabrieken zijn, welke op volgnummer bestellingen aannemen en reeds nummer 165 afgaven, vermenen wij de firma van Rosendael & Co geluk te mogen wenschen met hare onderneming."

Van Rosendael wilde dus een eigen auto bouwen. En nog wel met een 'speciaal nieuw en onbekend systeem motor'. Helaas is er verder over dit voertuig niet veel bekend; we weten zelfs niet waaruit dat nieuwe systeem van de motor bestond. Opvallend was het dat Van Rosendael een maand daarvoor in De Gelderlander een advertentie had geplaatst waarin bankwerkers werden gevraagd die bekend waren met vuurwerk. En ze mochten absoluut geen sterke drank gebruiken! Zou het soms de bedoeling zijn geweest om een explosiemotor te bouwen die werd aangedreven door buskruit zoals Christiaan Huygens dat al in 1673 deed?

zwaluw-advertentie-2

Hoe het met de automobiel van C. van Rosendael is afgelopen weten we niet precies. Wel werd op 16 juni 1899 een auto met het Rijkskenteken 78 geregistreerd op naam van C. van Rosendael uit Nijmegen. Het ligt voor de hand om te vermoeden dat het hier om de eigenbouw van Carel van Rosendael ging. Naar het schijnt is er maar één van gebouwd die, net als de fietsen uit de fabriek van Van Rosendael, de naam De Zwaluw kreeg. Jammer genoeg zijn er van dit voertuig geen afbeeldingen bewaard gebleven, zodat we ook niet weten hoe het er uit zag. Van het 'onbekend systeem motor' is kennelijk niet veel terecht gekomen, want uit de vergunning blijkt dat de motor gewoon op benzine liep. Twee jaar later, op 11 juni 1901, werd ditzelfde voertuig met kenteken en al verkocht aan de Nijmeegse rijwiel- en automobielhandelaar, H.A.Tasche die het kennelijk op 3 oktober 1902 weer doorverkocht aan de in Helmond wonende Engelsman E.A. (Ernest) Archer (de latere importeur van Morrisautomobielen in Amsterdam). Merkwaardig is dat bij deze transactie de merknaam Zwaluw veranderd werd in Gelria. Nu was er vanaf 1899 in Arnhem een machine fabriekje actief dat automobielen met benzinemotoren bouwde onder de merknaam Gelria. Ook losse motoren waren leverbaar In een advertentie werden de Gelria automobielen aangeprezen met 'geheel nieuwe type van motoren met dubbele verticale cylinders en voorzien van een Dynamo'. Zou dan de Zwaluw van Van Rosendael gevlogen hebben op een motor van Gelria?

Hoe dan ook, voor Van Rosendael bleef het kennelijk bij die ene Zwaluw; Gelria ging nog tot 1906 door met automobielen bouwen.

Tekst: Anton J. Janssen

Overgenomen uit: Janssen, Anton: L.A.Moll's ATIM, de geschiedenis van een Nijmeegs garagebedrijf. Uitgave december 2010, ISBN/EAN nummer 978-90-816369-1-9. (blz. 42-43)

zwaluw-advertentie-3

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (dinsdag 12 februari 2013 11:07)

 

Humo en Geropa

Humo

John Moos werd geboren op 16 juni 1888 te Nieuwer Amstel. Hij begon zijn carrière als wielrenner, maar nadat hij in 1904 een baan kreeg bij een filiaal van Simplex motorfietsen in de Kerkstraat te Amsterdam, raakte hij betrokken bij de motorsport, eerst alleen als coureur, later ook zakelijk als verkoper van motorfietsen en automobielen.

In 1919 werd hij hoofdvertegenwoordiger van het dan net nieuwe automerk Citroën en vestigde zich aan de Olieslagerslaan 40 in Haarlem onder de naam N.V. v/h John Moos Automobielhandelmaatschappij. Binnen een jaar wist hij 100 auto's te verkopen, maar daar kwam al snel de klad in doordat Citroën vanuit Frankrijk rechtstreeks aan particulieren leverde en ook omdat de diverse agenten elkaar hevig beconcurreerden.

1920-08-John-Moos

 

John Moos in augustus 1920 op een door hem geïmporteerde Harley-Davidson 1000cc trackracer

 

 

 

 

 

 

 

 

 


John Moos vatte het plan op om zelf een auto te bouwen en op de markt te brengen. In juni 1920 was hij in contact gekomen met Hans Huurnink, van wie alleen bekend dat hij afkomstig was uit de autobranche. Gezamenlijk besloten ze het plan om een auto te bouwen te verwezenlijken, waarbij John Moos het technische gedeelte voor zijn rekening zou nemen en Hans Huurnik zou optreden als financier en het administratieve gedeelte zou beheren. In juni 1921 werd in Heemstede aan de Heerenweg de eerste steen gelegd voor een grote hal waarin de N.V. Automobiel- en Vliegtuigfabriek 'Humo' (een samentrekking van de namen Huurnink en Moos) werd gevestigd.

John Moos had inmiddels, waarschijnlijk nog in het pand te Haarlem, uit diverse buitenlandse onderdelen een chassis met motor samengesteld. Op een gezamenlijke stand met auto's van Citroën werd het chassis van de Humo tentoongesteld tijdens de Haagsche Sporttentoonstelling in april 1921. 1) De bedoeling was dat er op dit chassis diverse carrosserieën konden worden gebouwd. Het zag er prima uit trok veel belangstelling.

Humo-img576-1

foto hierboven: Het geëxposeerde chassis (klik op de foto voor een grotere weergave). Let op de slogan van de fabriek: "Allways Satisfaction"

Verder dan dit chassis is het met de Humo niet gekomen. Er ontstonden financiële moeilijkheden, waarover diverse bronnen elkaar tegenspreken. Problemen met het bestellen in Amerika van machines nodig voor de productie; problemen met de bouw van het prototype en verdere ontwikkeling van de Humo; zakelijke wrijving tussen de compagnons, maar ook hun beider 'zwierige levensstijl' zouden hieraan ten grondslag hebben kunnen liggen.

Vast staat dat er onenigheid tussen de beide compagnons was ontstaan, waarna John Moos besloot de firma te verlaten en opnieuw te beginnen. Hierna werd van de Humo niets meer vernomen en ook over enige vorm van vliegtuigfabricage is niets bekend.

De fabriekshal in Heemstede werd overgenomen door de firma Martin C. van der Wal, die importeur van Citroën werd.

citroen-wal-File0644 


Geropa

Na het debacle met de Humo begon John Moos in Amsterdam aan de Plantage Muidergracht 13 een garagebedrijf onder de firmanaam Garage- en Reparatie-Inrichting "Geropa".

geropa-advertentie-1923-04

Hier probeerde hij opnieuw een eigen auto op de markt te brengen en bouwde met Europese en Amerikaanse onderdelen een nieuw chassis voor een vierpersoonswagen met een viercilinder motor. Dit chassis exposeerde hij tijdens de Rai-tentoonstelling van 1922 op het buitenterrein onder de merknaam 'Geropa'. Toch leek dit nieuwe chassis in veel opzichten op dat van de Humo, want de verslaggever van het blad 'De Auto' schreef in zijn artikel:

geropa-de-auto-1922

Dat 'nadere nieuws' is er nooit meer gekomen en waarschijnlijk is het bij dit ene chassis gebleven. Helaas bestaat er geen afbeelding van de Geropa, maar het vermoeden bestaat dat dit een verdere ontwikkeling van de Humo geweest kan zijn.

Een jaar later werd John Moos agent van de Neracar. Volgens onderstaande advertentie van september 1923 noemde hij dit een 'automobiel op twee wielen', maar het was toch meer een bijzondere motorfiets. Hoe lang hij de Neracar (ook wel Ner-A-Car) heeft vertegenwoordigd is niet bekend.

neracar-1923-09-moos

John Moos richtte zich daarna weer op de motorsport en in 1928 werd hij hoofdvertegenwoordiger van Nederland voor BSA met een vestiging op de Houtrustweg 56a te Den Haag.

bsa-1926-07-John-Moos
























Eind 1931 verhuisde Moos naar een nieuw pand aan de Haagse Weteringkade 130, hoek Lekstraat, van waaruit hij zowel de BSA motorfietsen als de BSA automobielen verkocht. John Moos overleed op 20 november 1957 te Den Haag.

bsa-john-moos-weteringkade

 

BSA-vestiging op de Weteringkade, hoek Lekstraat te Den Haag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tekst Rutger Booy met gebruikmaking van onderstaande bronnen:

Wallast M.: Historisch overzicht van de Nederlandse Automobielindustrie, 1979

Lammerse, Jan: Autodesign in Nederland, 1993

Bakker, Jan: artikel in het Conam Bulletin 04-1, mei 1994

Website: auto-en-vervoer.infonu.nl

 

1) Waarschijnlijk was dit de Nationale Automobieltentoonstelling (of Haagsche Salon) in de Haagse Dierentuin. Dat jaar was er geen Rai-tentoonstelling voor auto's.

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 20 januari 2013 17:51)

 

Eenhoorn - Autolette, Rotterdam

Autolette en Eenhoorn

In l871 verhuisden de uit Engeland afkomstige broers Seymour en Daniël George Bingham naar Rotterdam, waar zij onder de naam Bingham & Co. een bedrijf begonnen dat dekkleden en afdekzeilen verhuurde. De firma was gevestigd aan de Eenhoornstraat 4-6 nabij de Leuvehaven. 1)

Vanaf 1884 begon S. Bingham met de vertegenwoordiging van diverse Engelse rijwielfabrieken in ons land en in 1890 startte men met de fabricage van een eigen merk rijwiel, de Eenhoorn. Op de Rai-tentoonstelling te Amsterdam in 1895 (toen nog RI geheten) exposeerde men 10 rijwielen.

Enkele jaren later zocht Bingham naar expansiemogelijkheden in een andere sector en vond die in de import van auto's. In 1903 exposeerde Bingham op de RAI-tentoonstelling "Olds benzine-motorrijtuigen, genaamd Oldsmobile", zoals omschreven in de catalogus.

Daarmee waren zij de eerste importeurs van Amerikaanse wagens in Nederland, maar dit importeurschap heeft slechts twee jaar geduurd, want vanaf 1905 begon men met de fabricage van motorrijwielen onder de naam 'Eenhoorn'. Deze konden geleverd worden in drie uitvoeringen, met een eencilinder motor van 3, 3½ of 4 pk. Deze motorfietsen werden in de loop van 1905 alleen nog maar op speciale bestelling geleverd en specialiseerde men zich verder op de fabricage ven rijwielonderdelen. Deze Eenhoorn motorrijwielen waren voorzien van een viertakt motor met gecommandeerde in- en uitlaatklep. Het laag in het frame geplaatste motorblok kon op bestelling ook geleverd worden met automatische inlaatklep voor de prijs van 375 gulden. Het model met magneetontsteking kostte 425 gulden terwijl, als men de Franse Simplex verende voorvork prefereerde, men 452,50 gulden moest neertellen.

eenhoorn-1905-03-bingham

 

advertentie maart 1905

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook werd en zgn. tricar leverbaar. Dit was een soort driewielige kruising tussen een motorfiets en een automobiel. De bestuurder zat in een soort kuipstoeltje in plaats van op een zadel en tussen de beide voorwielen bevond zich een zgn. voorspanbakje, waarin een of twee personen plaats konden nemen. Daarnaast was er een echt autostuurwiel en een slinger aan de linkerzijde. Een luchtgekoelde 4 pk tweetaktmotor zorgde via een frictiekoppeling en een tweeversnellingsbak voor de aandrijving. Dit voertuig kreeg de naam Autolette en de prijs was 700 gulden.

autolette-1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

autolette-1905-03-bingham-1artikel uit "De Auto", 23 maart 1905





 










autolette-1905-03-bingham-2
autolette-1905-03-bingham-3

Autolette-1905-bingham

advertentie hierboven dateert uit 1905

 

De Autolette werd verder ontwikkeld en op de achtste Rai-tentoonstelling in 1906 was Bingham met een grote stand vertegenwoordigd. Men toonde een tweepersoons Autolette, model A en model B, beiden voorzien van de eencilinder motor, met iets meer vermogen, 4½ of 5 ½ pk. De gelijkenis met een motorfiets was zo goed als verdwenen, het achterwiel was half bedekt door een plaatscherm, het motorfietsframe had plaats gemaakt voor een echte carrosserie en de voorspanbak was ruimer en comfortabeler geworden, men kon kiezen uit één of twee passagiersplaatsen voorop. De twee passagiersplaatsen werden geschikt geacht voor een dame en een kind. Ook de bestuurder had een betere zitplaats gekregen en er waren twee koplampen aangebracht! Met beplaat achterframe kostte deze Autolette 900 gulden.

autolette-7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook toonde men een vierwielige uitvoering van de Autolette, model C en D. Dit was al meer een voiturette, een lichte open tweezitter die leverbaar was met de eencilinder 5½ pk. (model C) of met een tweecilinder 7 pk. motor (model D). Het wagentje had een wielbasis van 2,3 meter, remtrommels op de aandrijfas en kettingaandrijving naar een differentieel, dat op zijn beurt weer door middel van twee kettingen de beide achterwielen aandreef. Het 5½ pk. model had twee versnellingen en de tweecilinder had er drie, de wielbasis was 2,30 m. De prijs bedroeg 1750 gulden voor het model C en 2400 gulden voor het model D.

autolette-2

autolette-6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

autolette-type-C-1906

 

Autolette Type C

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tenslotte stond er ook een "meer volwassen" automobiel onder het merk Bingham, een coupe-limousine met een viercilinder, 12 pk. motor, eveneens met kettingaandrijving en drie versnellingen. Deze wagen had een geperst stalen chassis en een wielbasis van 2,90 meter en was leverbaar met een viercilinder motor van 12 pk, 16 pk of 24 pk. De carrosserie van de tentoongestelde wagen was van de fa. Dolk te Rotterdam. Van deze auto zijn geen afbeeldingen bekend.

Verder toonde Bingham nog twee motorfietsen, resp. met 3- en 6 pk. motor, en een aantal losse bootmotoren en stationaire motoren. Dit was waarschijnlijk te veel van het goede en al voordat het jaar 1906 ten einde was, werd de productie stopgezet en snel daarna verdween de firma geruisloos van de automarkt. Overigens is het aantal wagens dat in totaal is afgeleverd, niet groot. De schatting is tien tot dertig stuks.

 

autolette-g-1308-1907

 

foto links: Het kenteken van het voertuig is G-1308 en op de achterkant van de foto staat geschreven 'Amsterdam 1902'. Waarschijnlijk moet dit 1907 zijn, want 'G 1308' werd in dat jaar uitgegeven aan Johannes Franciscus Hamers te Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1907 keerde men terug tot het oude metier, de fabricage van Eenhoorn-rijwielen en frames met toebehoren. Ook richtte men zich weer op de motorrijwielen, al werden deze niet meer in Rotterdam gemaakt, maar verkocht men uit Frankrijk geïmporteerde Griffon-modellen.

eenhoorn-bingham-ca-1907

 

advertentie circa 1907

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overigens bestaat er gerede twijfel of de Eenhoorn motorfietsen en de Autolette wel een Nederlands product waren. Er zijn namelijk geen foto's bekend van het interieur van de fabriek. Had Bingham wel productie faciliteiten? Het is heel goed mogelijk dat men de motorfietsen en auto's ergens anders liet maken. Vergelijk maar eens de afbeelding hieronder van de in Luik geproduceerde Antoine motorfiets. Eenhoorn lijkt 100% op de Antoine; de ingegoten merknaam in het carter werd door de fabrikant maar al te graag aangepast aan de wensen van de klant, als je er maar een bepaald aantal van afnam...

eenhoorn-22
detail van de motorfiets motor

 

antoine-1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bingham bestaat trouwens nog steeds. Tegenwoordig is de firma gevestigd in Schiedam. Van auto-, motor-, en fietsproductie is echter geen sprake meer, men maakt weer... afdekzeilen!

(website Bingham)

 

Tekst Rutger Booy met gebruikmaking van onderstaande bronnen:

Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie, 1976

Wallast M.: Historisch overzicht van de Nederlandse Automobielindustrie, 1979

Lammerse, Jan: Autodesign in Nederland, 1993

Bijnen, Ruud van: artikel in het Conam Bulletin 18-4, december 2008

 

1) De Eenhoornstraat is verwoest tijdens het bombardement op Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (donderdag 05 juni 2014 13:59)

 

Janson, Rotterdam

De Janson motorcarrier of motortransportwagen werd gemaakt door de firma W.A. Janssens & Zn., eerst gevestigd aan de Schiekade 106 te Rotterdam, later verhuisde het bedrijf naar de Gouvernestraat, ook in Rotterdam.

Het adres 'Schiekade 106' te Rotterdam komen we tegen op onderstaande advertentie uit 1915 van het autobedrijf "N.V. Automobielmaatschappij Rotterdam"

janson-1915-janssens

Niet bekend is of dit ook al een bedrijf was van Janssens & Zoon. De vroegste advertenties die we van hen tegenkomen dateren van april 1921, waarin wordt geadverteerd als agent van de automerken Adler, Oakland, F.N. en Packard.

janson-1921-04-janssens

oakland-1921-04-janssens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Later wordt gestart met de verkoop van motortransportwagens van het merk 'Blitz'. Wanneer dat precies is geweest is niet bekend. De tot nu toe oudste advertentie hiervan dateert van april 1926.

blitz-1926-04-janssens

blitz-1927-04-janssens

 

advertentie april 1927 voor de Blitz motortransportwagens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

blitz-janson-1926-10-janssens

advertentie oktober 1926

 

 

 

 

 

 

 

 

blitz-janson-1927-04-janssens

advertentie april 1927

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

blitz-janson-1927-12-janssens

adverentie december 1927

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

blitz-janson-1928-01-janssens

advertentie januari 1928

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een nog latere advertentie dateert van maart 1928 en daarin wordt de 'Blitz' (of 'Blitzkar') als IJzeren Hond aangeprezen.

In april 1928 adverteert Janssens met de Goliath driewieler. Janssens noemt dit 'Het groote wonder' en omschrijft het als een 'halve ton vrachtwagen'.

janson-1928

In de zomer van 1928 is de Goliath te zien op stand 24 van de Nenijto tentoonstelling (de Nederlandsche Nijverheidstentoonstelling). Ook het transport op en rond de tentoonstelling werd verzorgd door W.A. Janssens & Zn.

janson-goliath-1931-01 janson-janson-1932-04

goliath-1928-10-06-janssens

advertentie oktober 1928

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

goliath-1930-10-janssens

advertentie oktober 1930 voor de Goliath

In deze advertentie noemt Janssens twee agenten voor de Goliath motortransportwagens: in Amsterdam op de Albert Cuypstraat 195 en in Den Haag, de Spuigarage op het Spui 216A. In dat jaar is W.A. Janssens en Zoon nog gevestigd op de Schiekade 106 te Rotterdam, maar enkele jaren later is de zaak gevestigd in de Gouvernestraat te Rotterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

janssens-1933-RAI-janson

Op de RAI van 1933 staat Janssens & Zoon op stand 50 met een eigen product: vier Janson bestelauto's met voor- en achterwielaandrijving en JLO tweetakt of Norton viertakt motoren. Het is een soort verzwaarde motor-carrier met verticaal geplaatst autostuur, één wiel achter en twee wielen voor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De motorcarriers worden verkocht via de Rotterdamse Handelsmaatschappij Stokvis die in onderstaande advertentie spreekt van "driewielige bestel-auto's". Maar is de Janson nu een driewielige motorfiets of een driewielige auto? De fabriek zelf spreekt van een autodriewieler en op een in 1956 uitgegeven kentekenbewijs wordt *driewielige vrachtauto* vermeld.

 

janson-1934-05

advertentie mei 1934

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1934 is Janson niet op de RAI aanwezig, maar in 1935 weer wel. Dit keer zijn de Janson-modellen uitsluitend voorzien van JLO motoren. Op de RAI van 1936 staan drie Janson-modellen, waaronder een 10 pk, 2 cilinder met voorwielaandrijving met een eigen gewicht van minder dan 500 kg en een laadvermogen van 1250 kg. De 10 pk tweecilinder motor is boven het voorwiel gemonteerd en drijft dat wiel direct via een in een oliebad-kettingkast lopende ketting aan.

Op de RAI van 1938 heeft Stokvis een eigen stand en daarop wordt ook de Janson tentoongesteld. Er zijn drie modellen:

type S2, JLO motor, tweetakt, 400 cc, 2 cil. 10 pk; *)

type E, JLO motor, tweetakt, 350 cc, l cil. 8½ pk;

type P, JLO motor, tweetakt, 250 cc, l cil. 6½ pk;

Janson-1

Janson-stokvis

In 1939 zijn de Janson bestelwagens voor het laatst aanwezig op de stand van Stokvis.

Intussen, maar niet precies bekend wanneer, is de firma W.A. Janssens & Zoon verhuisd naar de Zestienhovensekade 184 te Rotterdam-Overschie. Wel bekend is dat de architect Henk Jan Brusse (1907-1944) daar begin jaren veertig een verbouwing heeft uitgevoerd (het huidige huisnummer is 162). Ook niet bekend is of er tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarna nog Janson-wagens geproduceerd zijn.

In de jaren dertig en veertig is de Janson een bekende verschijning op de weg, met name in de grote steden als Amsterdam, Den Haag en natuurlijk Rotterdam. Er zijn onder andere verscheidene in gebruik bij Haagse gemeentebedrijven, en ook bij de telefoondienst van de PTT. Hoeveel Jansons er precies gemaakt zijn is moeilijk meer na te gaan, maar het Central Bureau voor de Statistiek heeft in 1935 een overzicht gegeven hoeveel Jansons er dat jaar in Nederland, per provincie en grote steden op de weg waren:

Amsterdam 32

Apeldoorn     1

Delft             1

Dordrecht      1

Eindhoven   20

Den Haag    33

Groningen     5

Haarlem       5

Hilversum     1

Leiden          3

Maastricht    1

Rotterdam  44

Schiedam    4

Tilburg        2

Utrecht        5

Nijmegen     1

TOTAAL:  141

Per provincie is dat als volgt verdeeld:

Noord-Brabant  7

Gelderland       7

Zuid-Holland   95

Noord Holland 49

Zeeland           4

Utrecht            7

Friesland         2

Overijssel      10

Groningen       7

Drenthe          1

Limburg          2

TOTAAL:     191

Als er voor de jaren 1936 tot en met 1940 nog wat bij geteld wordt, zal de totale productie van Janson wellicht zo'n 400 stuks hebben bedragen. Er is een Janson bekend die dateert uit het jaar 1938 en chassisnummer 24964 heeft. Maar uit dat nummer valt nu ook niet direct een productieaantal op te maken.

In 1956 wordt de onderneming overgedragen aan de heer D.J. Weesie, directeur van de onderneming BV Rotterdamse Werktuigen- en Machinefabriek 'Weesie', Hoofdweg 95-99 te Rotterdam. Vanaf 20 februari 1957 wordt het bedrijf 'Janson fabrieken' voortgezet door de op die datum begonnen 'BV Janson Fabrieken', Hoofdweg 99 te Rotterdam.

Vanaf 17 augustus 1974 is door de NV Janson Fabrieken geen bedrijf meer uitgeoefend en de hele voorraad, machines en inventaris wordt verscheept naar India vanwege verkoop van de hele fabriek. Dat is het einde van de Janson, maar misschien rijden er nu in India nog wel producten rond waarin de oude Nederlandse Janson is te herkennen.

Thomas Touw, achterkleinzoon van de heer Janssens, zag rond 1990 op de Vehikel-beurs in Utrecht een Janson motorbakfiets. De Janson was eigendom van een man uit Beneden-Leeuwen en stond te koop voor 1700 gulden. Thomas was toen 17 jaar en had helaas het geld niet om het ding te kopen. Wel weet hij dat iemand in Zaandam nog een motorblok en wat losse onderdelen heeft en iemand uit Friesland schijnt er in de jaren '70 drie te hebben gesloopt.

Maar of er nu nog een Janson bestaat?

Tekst Rutger Booy met gebruikmaking van onderstaande bronnen:

Bakker, Jan: artikel in het Conam Bulletin 03-1, mei 1993

Touw, Thomas: artikel in het Conam Bulletin 18-4, december 2008

Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie, 1976

Gemeentearchief Rotterdam: Nenijto tentoonstelling 1928

 

*) Eigenlijk heet dit een ILO-motor, maar door de gestileerde "I" in het logo werd in de volksmond meestal van JLO gesproken. Er werd zelfs vaak met de letters "JLO" geadverteerd.

 

Een nog bestaande Janson? (foto's collectie Ed Beekman, maar plaats en datum onbekend)

janson-3617

janson-3616

janson-3634

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hieronder de gerestaureerde Janson van Thomas Touw (de achterkleinzoon van Willem Antoon Janssens, oprichter van Janson). Op de foto staan kleinzoon en achter-achterkleinzoon.

Janson-thomas-touw

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 27 september 2013 20:58)

 

Groninger Motorrijtuigenfabriek, Groningen

groninger-mf-brief-1899-04 

In 1898 werd in Groningen de 'Groninger Patent-motor-rijtuigen Exploitatie' opgericht, onder leiding van de heer Johannes. van Dam Jr. die zowel directeur als chef-constructeur was. Johannes van Dam junior was de zoon van een kassier en vond zijn eerste klanten binnen de familiekring. Volgens een brief, gedateerd 10 april 1899 zou hij al anderhalf jaar daarvoor een 'dogcart' geleverd hebben aan de heren J. van Dam & Zoon, Kassiers en effectenhandelaar te Groningen.

Johannes van Dam was de eerste automobilist die de in 1898 verplichte geworden rijvergunning aanvroeg. Hij kreeg rijksnummer 2, zijn broer Willem Allard van Dam kreeg rijksnummer 1.

De eerste auto's die Van Dam in 1897 afleverde maakte hij niet zelf. Het waren uit Duitsland afkomstige Lutzmann Patent automobielen. Met de aflevering van deze auto's raakte Van Dam echter in de problemen toen Lutzmann in 1898 door naaimachine- en rijwielfabrikant Opel werd overgenomen. De aflevering van een door distillateur Van Kleef uit Den Haag bestelde auto onderging vertraging. Uit een briefwisseling tussen Van Dam en Van Kleef is tussen de regels door te lezen dat de auto daarom naar het systeem Benz' in Groningen gefabriceerd werd. Een foto van deze auto toont aan dat in ieder geval het voor Lutzmann kenmerkende krullende smeedwerk is overgenomen.

Een jaar later, op de Rai-tentoonstelling in maart 1899, exposeerde de 'Groninger Patent-motor-rijtuigen Exploitatie' twee automobielen, een 2½ pk dos-à-dos voor vier personen en een 4 pk. eveneens voor vier personen. De 2½ pk wagen had een luchtgekoelde motor en elektrische ontsteking, terwijl de watergekoelde 4 pk wat zwaarder was uitgevoerd en een snelheid van 25 km./uur kon halen. Deze wagen woog slechts 800 kg. De auto's stonden opgesteld in een zijzaal. Door de pers werd er wel aandacht aan besteedt, maar er bestaan geen afbeeldingen.

Tijdens de tentoonstelling verklaarde de heer van Dam dat deze automobielen geheel eigen fabricaat waren en daardoor dus zijn 2½ pk dos-à-dos de eerste en het 4 pk model de tweede geheel Nederlandse auto was. Waarschijnlijk bedoelde hij daarmee dat hij de eerste was die in Nederland een auto maakte met een benzinemotor van eigen fabricaat, want twee jaar eerder was Eysink met een auto gekomen, maar die maakte gebruik van een Benz-motor. Dit was overigens de eerste en tevens laatste deelname van de 'Groninger Patent-motor-rijtuigen Exploitatie' aan de Rai-tentoonstellingen.

 

groninger-mf-1899-10

Een zeer vroege advertentie voor automobielen, geplaatst in het Nieuwsblad van het Noorden op 3 oktober 1898

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1899 waren er problemen ontstaan met de gemeente Groningen over een illegale verbouwing die nodig was voor fabricage en benzineopslag. Hierop vroeg Van Dam een vergunning aan voor het bouwen van een nieuwe autofabriek in de Muurstraat en een depot voor benzine aan het Hoornsediep. Volgens zijn plan bleef het kantoor aan de Guldestraat. De bouwvergunning werd wel verleend maar tot de bouw van de fabriek is het niet gekomen.

In 1900 werden de begrippen 'Patent' en 'Exploitatie' uit de naamgeving geschrapt en noemt Van Dam zijn bedrijf 'Groninger Motorrijtuigen Fabriek'. De fabriek omvatte op dat moment overigens weinig meer dan een kantooradres en diverse kleine werkruimtes in de binnenstad. In het pand Oostersingel 5 werkte hij waarschijnlijk samen met de Groningse rijtuigbouwer Drukker. De onderstaande foto heeft lang bekend gestaan als een afbeelding van het interieur van de Groninger Automobielfabriek, daarna dacht men dat dit de rijtuigmakerij van Drukker was, maar later onderzoek heeft uitgewezen dat dit de fabriek van Lutzmann was. (klik op de foto voor een vergroting).

groninger-mf-interieur-1

Gezien het 'grote' aantal auto's in deze fabriek is het ook niet logisch dat dit het interieur van de Groninger zou kunnen zijn, want tegenwoordig wordt aangenomen dat er niet meer dan drie auto's zijn gebouwd, de twee die op de RAI-tentoonstelling hebben gestaan plus nog een die is afgeleverd aan dhr. van Kleef uit 's-Gravenhage, die hierop het rijksnummer 80 kreeg.

Ook in 1899 had de Groninger Motorrijtuigenfabriek de opdracht gekregen voor de bouw en levering van twee autobussen voor de Hollandse Automobielmaatschappij Mij. te Delft. Volgens de tekening zouden die met houten wielen en stalen banden worden uitgevoerd, maar de H.A.M. wilde luchtbanden op de bussen. Van Dam ging daarmee akkoord, tot bleek dat de H.A.M. daar niet extra voor wilde betalen. Dit leidde tot een rechtszaak, waarbij Van Dam in het ongelijk werd gesteld en werd veroordeeld tot de kosten van het proces plus een schadevergoeding van f 6447,57. Dit bedrag kon de Groninger Automobielfabriek niet meer opbrengen omdat daarnaast de schuld bij Van Dam senior en bij drieënzestig andere crediteuren tot f 63.770,65 was opgelopen. Dit betekende het einde van de fabricage en van de financiële reserves. Op l juni l900 werd het faillissement uitgesproken.

Waarschijnlijk heeft het bedrijf een 'doorstart' gemaakt, want in maart 1901 vroeg Van Dam opnieuw een vergunning aan voor het rijden met een tweecilinder vijftienpersoonsomnibus. Deze woog circa 2000 kilo en reed in de drie versnellingen respectievelijk 5, 10 en 18 km/uur. Wellicht ging het hier om de omnibus die aanvankelijk voor de H.A.M. uit Delft bestemd was. De Kampioen van 26 april 1901 meldde dat de route, nu bij wijze van proefrit, toch gereden werd. Volgens het bericht ging het om een motoronderstel en moest het koetswerk nog afgemaakt worden. Onderstaand verslag van de rit viel op 5 april 1901 te lezen in Het Nieuwsblad van het Noorden:

"Gisterenmiddag had er een keuring plaats, zooals deze voor vervoermiddelen, door mechanische kracht voortbewogen, volgens raadsverordening door Burgemeester en Wethouders binnen de gemeente Groningen is voorgeschreven.

Het betrof hier een motorwagen voor een dienstgewicht van plm. 2000 K.G., vervaardigd door de Groninger Motorrijtuigenfabriek, ingenieur J. van Dam Jr.

Na eenige tochten door de hoofdstraten werd naar buiten gereden, de Viaduct over en den Heereweg op. Het oprijden zoowel als later de afrit van de Viaduct was zeer gewichtig, daar het hier op de machinerie aankwam, om te toonen of alles wel goed en stevig in elkaar zat. Zonder moeite liep de wagen de helling op en bleken ook bij het afdalen de remmen solide en sterk genoeg te zijn gemaakt.

Verder op den Heereweg werd in versnelden gang gereden tot 18K.M. per uur. Halfweg Haren gekomen was het echter door het noodweer van dien middag voor den bestuurder en de medepassagiers, waaronder de hoofdman der brandweer, niet aanlokkelijk om nog verder door te rijden en werd gekeerd. Behalve storm en regen had echter de rit goed voldaan.

Door eenige verdere opgaven van den heer J. van Dam Jr. zijn wij in staat gesteld hier eenige meerdere bijzonderheden omtrent deze te laten volgen. Het doel is om dit onderstel te gebruiken voor motortrammen. Het was hierbij een nog al zeer bezwaarlijke uitvoering, daar de geheele machinerie in het onderstel moest komen te liggen, en daarbij mocht het raam, waar naderhand het bovenstel op komt te staan, niet te ver van den grond komen, om het zijdelingsche instappen niet te bemoeilijken. Een en ander is echter naar genoegen uitgevallen. De machine voor de drijfkracht heeft 15 motorpaardekrachten en geeft 3 verschillende snelheden voor vooruit en 1 voor achteruit. De twee cilinders zijn tegenover elkaar geplaatst. Hierdoor is de heen en weer gaande beweging en tevens het schudden, dat anders zeer zeker het geval zoude zijn als de machine met vollekracht liep, geheel opgeheven en voelt men niet de minste beweging. Met het oog op de goedkoope drijfkracht zij nog vermeld dat het verbruik per uur van deze dubbele motor van 15 paardekrachten bij volle kracht 3.5 liter gezuiverde petroleum bedraagt of 2.3 cent per Kilometer.

Verder werd ons nog gewezen op de eigenaardigheid dat deze motortram-onderstellen zich leenen om er een wintertram met verwarming van te maken. Des zomers kan men dan de dichte tram afnemen en tegen een open tram verwisselen. Hierdoor spaart men dan tevens ook aan materiaal. Spoedig hopen wij over deze motortrams verdere bijzonderheden te kunnen mededeelen."

Het is er waarschijnlijk niet meer van gekomen, want de vergunning werd geweigerd omdat men concurrentie voor de paardentram vreesde.

 

Advertentie d.d. 1 januari 1903 in het Nieuwsblad van het Noorden

Groninger-motorrijtuigenfabriek-1903-01

Advertentie d.d. 4 mei 1903 in het Nieuwsblad van het Noorden

Groninger-motorrijtuigenfabriek-1901-05

Advertentie d.d. 26 april 1904 voor een bankwerker in het Nieuwsblad van het Noorden

Groninger-motorrijruigenfabriek-1901-04

Van Dam heeft zich, wellicht financieel gesteund door zijn familie, nog enkele jaren met auto-experimenten beziggehouden, maar van fabricage of verkoop was geen sprake meer, hoewel er in 1905 nog een auto aan een inwoner van Rasquert zou zijn geleverd.

In het voorjaar 1907 vertrok de toen 35-jarige Johannes van Dam naar Den Haag, maar wat hij daar deed is niet bekend.

 

Tekst Rutger Booy met gebruikmaking van onderstaande bronnen:

Nieuwsblad v.h. Noorden, diverse advertenties 1901 en 1904

Jong, Sicco de: Geschiedenis eener Nederlandsche Vereeniging, 1968

Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie, 1976

Wallast M.: Historisch overzicht van de Nederlandse Automobielindustrie, 1979

Lammerse, Jan: Autodesign in Nederland, 1993

Groningen, Hans van: 'De introductie van de auto in Groningen', artikel in het Conam Bulletin 4-1 van mei 1994

Groningen, Hans van: artikel in Tuf-Tuf (januari 1974)



AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (dinsdag 29 januari 2013 11:54)

 

Den Held, Rotterdam

A. den Held (geboren 20 juni 1874) begon in 1898 (waarschijnlijk samen met zijn jongere broer Cor den Held, een atleet) een rijwiel- en motorenzaak in de Hartmanstraat te Rotterdam. Genoemd worden het adres Hartmanstraat 51 maar ook 58-60.

Held's Sporthandel begon rond 1905 met de verkoop van auto's. In dat jaar kreeg hij als handelaar in automobielen het Rijksnummer 1689 toegewezen (op naam van A. den Held Azn.). Dit was een vergunning voor vier auto's. Vanaf 1907 was het bedrijf gevestigd op het adres Westzeedijk 19. Deze firma was in 1907 dealer van het Engelse merk Star, in 1913 dealer voor het Franse merk Panhard-Levassor.

In 1913 begon Den Held zelf auto's te bouwen, vermoedelijk onder de naam Kroon, omdat ook op de radiateur een kroon stond. In 1913 verscheen een driepersoons open torpedo; in 1914 een open vierpersoons auto met langere wielbasis en in datzelfde jaar een gesloten vierpersoons auto. Deze hadden een 4-cylinder, 10pk motor van Ballot, een chassis van Malicet et Blin uit Parijs en een radiateur van Chausson naar eigen model. De carrosserie kwam van de Rotterdamse carrosseriebouwer Dolk. Deze carrosserie was van hout en waarschijnlijk te zwaar omdat de achterassen braken bij de spiegaten.

den-held-kroon-1 

Waarschijnlijk is dit de familie Den Held (foto collectie Erik den Held, klik op de foto voor een vergroting)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (maandag 10 februari 2014 19:18)

Lees meer...

 

W.F.K. Motortrucks

De W.F.K. motortruck (of in gewoon Nederlands: ijzeren hond) werd gemaakt de firma W.F.K. Industrie aan de Bergervaartstraat 8 te Deventer.

Bron: Janssen, Anton: L.A.Moll’s ATIM, de geschiedenis van een Nijmeegs garagebedrijf. Uitgave december 2010, ISBN/EAN nummer 978-90-816369-1-9; blz. 339 en 365. 

Hieronder een verkoopfolder van W.F.K. (Klik op de foto's voor een grotere weergave)

wfk-ijzeren-hond-1a

wfk-ijzeren-hond-2a

Bijvoorbeeld carrosseriebedrijven als de Firma J. Beks jr., carrosserie- & wagenbouw te Groningen gebruikten het WFK motorunit-chassis om er op klantenwens een ombouw op te zetten. Veel modellen van ventwagens konden overigens af fabriek geleverd worden.

WFK-beks-carrosserie-1958-02

 

 

Deze advertentie stond in het Nieuwsblad van het Noorden van 15 februari 1958

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (woensdag 16 januari 2013 11:50)

 

Nobach en van Beek, Almelo

RG-25-10-1354984514

Volgens een artikel in de Leeuwarder Koerier van 19 oktober 1954 reden twee jongens, Jan Nobach en Jaap van Beek, regelmatig in een kleine auto van Blokzijl naar de Noordoostpolder.

Op het autootje valt geen merknaam te ontdekken, maar uit het artikel blijkt dat de auto in Almelo is gebouwd en een 290cc motor heeft. Zo op het oog is het een driewieler. Omdat het kenteken is afgegeven in juli 1954 moet gezien het jaartal van publicatie de bouwer de auto al snel na het bouwen hebben verkocht. Het autootje heeft aan iedere kant een clignoteur maar ruitenwissers lijken te ontbreken.

Omdat er geen andere naam bekend is,, krijgt deze auto voorlopig de naam 'Nobach en van Beek'', maar hopenlijk weet iemand hier meer van? Mail de Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. !

Bron: kranten.kb.nl / Leeuwarder Koerier 19-10-1954

Met dank aan Eduard Hattuma voor de vondst.

 

26 december 2012: Volgens Jan Clevering van De Autogids lijkt het voertuig wel wat op de Duitse Marold: "Ik weet dat dat voertuig een prototype bleef, maar het kan wellicht de Felber zijn? Of de Libelle? Beide laatste zijn Oostenrijks."

 

7 december 2014: Johan Slagter weet dat deze driewieler is gebouwd door Jan Nobach. Hij bouwde deze auto gebouwd, omdat hij een auto wilde hebben, maar er was geen geld voor. Het is inderdaad een driewieler, zodat het voetuig een motorfiets kenteken kreeg. Daardoor hoefde er bepaalde onderdelen niet op te zitten. Hij heeft deze auto gemaakt van de spullen die hij voor handen had in die tijd. Na twee jaar ermee te hebben gereden, heeft hij deze verkocht toen hij in dienst moest. Hij had er inderdaad geen merknaam op gezet. Hij heeft deze auto in Blokzijl gebouwd, alleen het motortje kwam uit Almelo.

 

 

RG-25-10-b-1354984616

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (dinsdag 07 januari 2014 22:37)

 

Auto "Palace"

Auto-Palace-RAI-1908-1

Auto-Palace, de Haagse importeur van de merken Mercédès en Unic toonde op de RAI-tentoonstelling van 1908 een auto onder eigen merknaam, de Auto "Palace". Het was een licht voertuigje met een 4 cilinder 6/12 hp motor. Een chassis kostte 2925 gulden; een tweepersoons landaulette compleet met twee schijnwerpers, generateur, hoorn en achterlantaarn kostte 3895 gulden. Een Limousine met drie plaatsen kostte 4140 gulden. Jan Lammerse schrijft in zijn boek 'Auto-design in Nederland' dat de Auto "Palace" geen succes was. "Eind augustus 1908 werden de nog voorradige auto's per advertentie opgeruimd. Het ging om twee exemplaren met een carrosserie duc met capote-Americaine en om een carrosserie landaulette met zelfbesturing en twee zijplaatsen." 

Overigens was de Auto "Palace" een onder eigen naam geleverde versie van de Duitse Oryx. Mogelijk dacht de Mercedes-importeur een slag te slaan in de inzakkende automarkt van grote auto's en kocht een aantal wagens van het nog tamelijke nieuwe en onbekende Oryx. Misschien werden ze in Nederland geassembleerd, maar verder lijkt er weinig eigen inbreng te zijn geweest. Het Nederlandse publiek wilde er blijkbaar toch niet aan. Het merk heeft daarom maar kort bestaan, want er zijn alleen advertenties uit 1908 en 1909 bekend. Ook niet bekend is hoeveel auto's er totaal geleverd zijn.

Kort daarna zag de firma Verwey & Lugard er kennelijk wel brood in. Vanaf 1909 verkochten zij de Oryx gedurende een aantal jaren met redelijk succes.

(foto hierboven: de Auto "Palace" op de RAI-tentoonstelling van 1908; klik op de foto voor een overzicht van de stand)

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 04 oktober 2013 21:23)

Lees meer...

 

Homemade

homemade-ford-weymann

In 1957 bouwde de heer J.A. Weyman, monteur in de onderhoudsdienst van de N.V. Nederlandse Ford Automobiel Fabriek te Amsterdam, in zijn vrije tijd een gestroomlijnde automobiel, die het merk"Homemade" draagt. De auto werd geheel met de hand vervaardigd en is van drie wielen en een 2-cilinder motortje voorzien.

(bron: Ford Wereld, april 1957)

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (donderdag 01 november 2012 22:40)

 

Neva, Vaals

neva-vaals-3

De NEVA two-seater is ontstaan op de tekentafel bij de firma Staalimex te Breda. Sinds 1934 is dit bedrijf leverancier van de meubelindustrie van Nederland, maar houdt zich ook bezig met handel in allerlei soorten wielen, magazijnkarren, magazijnstellingen enz. Het bedrijf werd opgericht door dhr. van der Pol. Kort na de Tweede Wereldoorlog maakte dhr. van der Pol waarschijnlijk meerdere prototypes, waarvan er één in 1947 werd aangeboden in een advertentie in het blad 'MOTOR' van 28 maart 1947.

neva-vaals-2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

hierboven het eerste gebouwde prototype

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (maandag 15 oktober 2012 21:24)

Lees meer...

 

Kemper & van Twist Diesel, N.V., Schiedam / Dordrecht

De geschiedenis van Kemper en Van Twist Diesel gaat terug tot 1836. Oprichter Willem van Twist begon met een stalhouderij, later uitgebreid met transport en verhuizingen. Begin 1900 werd een automobielgarage gestart. Begin jaren ´20 verkocht Van Twist de eerste dieselmotoren voor allerlei toepassingen. Van Twist werd in 1936 als importeur van Perkins Engines aangesteld en is hiermee de oudste in de wereld. Alle industriële activiteiten werden in 1948 ondergebracht in KEMPER EN VAN TWIST DIESEL N.V.

(bron: website Kemper & van Twist)

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (woensdag 01 mei 2013 21:11)

Lees meer...

 

Cock N.V., Assen

Cock-Assen-IJzeren-HondDe Transportmiddelenfabriek Cock N.V. te Assen heeft bestaan van 1950 tot 1974 en maakte in betrekkelijk korte tijd een enorme groei en bloei door. Het bedrijf begon in een loods in de buurt van de oude watertoren bij de spoorlijn naar Groningen met de productie van kruiwagens.

Na de oorlog was het gebruik van de hond als trekkracht in onbruik geraakt en in de jaren vijftig verdween ook het paard als trekdier steeds meer uit het straatbeeld. Cock speelde hier handig op in door het ontwikkelen van een driewielig voertuig met eenvoudige JLO twee-tact motor die het rechtstreeks het voorwiel aandreef. Er waren twee versies, één met 1000 kg en één met 600 kg laadvermogen. De snelheid was respectievelijk 8 en 14 km/u. Dit voertuig dat in de volksmond al snel de bijnaam "ijzeren hond" kreeg, was aanvankelijk vooral in trek bij melkboeren.

Met het toenemen van de welvaart werden er in hoog tempo steeds nieuwe, en technisch gezien ook betere, modellen op de markt gebracht, zoals een elektrische versie van de 'ijzeren hond'. Er kwamen ook vierwielige voertuigen, bijvoorbeeld de Colektro IV met een laadvermogen van 1250 kg. Begin jaren zeventig volgde een winkelwagen op basis van Engelse Ford onderdelen. Cock importeerde ook Italiaanse MV Tevere, een kleine vrachtwagen, waarop een eigen carrosserie werd geplaatst.

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zaterdag 31 maart 2012 19:47)

Lees meer...

 

Sandman, Haarlem, 1971-1977

Loek Nerden van Sportscar Special uit Haarlem past de mal van de Amerikaanse Sandman buggy dusdanig aan dat de onderdelen niet meer uit de VS hoeven te worden geïmporteerd.

 

Sandman-1971-02-sportscar-s

advertentie februari 1971

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 09 maart 2012 22:23)

 

Ruska Buggy, Amsterdam

Ruska Buggies was een Nederlandse autofabriek van buggy's op basis van Volkswagen Kevers.

Lees de uitgebreide beschrijving op Wikipedia

 

Ruska-1971-04-ruska

advertentie april 1971

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 09 maart 2012 22:06)

 

Loeff, 's-Hertogenbosch

In het boek '80 jaar Nederlandse Automobielindustrie' door B.H. Heldt (Peters Uitgeversmij B.V., Deventer, 1976) staat het volgende:

In 's-Hertogenbosch schijnt in de tweede helft van de twintigste eeuw Johan Loeff een stoomdriewieler te hebben gebouwd. De enige bron hiervan komt uit een brief van dhr. W.G. Nouhuijs, letterkundige te 's-Gravenhage, die in 1899 in een nummer van 'De Kampioen' schreef: "Al meermalen zag ik in 'De Kampioen' den heer P. van Rijn genoemd als vervaardiger van de eerste 'auto' in Nederland. Ik wil u toch eens even vertellen dat ik als jongen van omstreeks 15 jaar, dus omstreeks 1870, te 's-Hertogenbosch gereden heb op een auto die, voor zover ik mij kan herinneren, het model had van een driewieler en vervaardigd was volgend de aanwijzingen van de heer Johan Loeff aldaar. Evenals bij de Noviomagum stond de stoommachine voorop."

 

Zie ook het artikel "De mysterieuze wagen van Johannes Loeff" door Willem Kooijmans in het Conam Bulletin van december 2001, blz. 34 e.v. (alleen voor leden).

 

Hans Klomp uit Antwerpen (Deurne) vond met enig speurwerk onderstaand artikel via de website Historische kranten van de Koninklijke Bibliotheek:

Bredasche Courant, 16 mei 1869
 
In de Provinciale Noordbrabantsche Courant leest men:
"in den loop der volgende week zal de alhier door den heer John Loeff vervaardigde vélocivapore of stoom-vélocipè in de korenbeurs gedurende 3 à 4 dagen ter bezigtiging gesteld worden: het geheele werktuig is 2 el 40 duim lang bij gewone rijtuigbreedte en is van alle noodige berging voorzien, als voor kolen, water, enz. voor een verbruik van circa vijf uren, te welken tijd, op eenen open weg gerekend, circa 20 uren zullen kunnen worden afgelegd: de toestel is geheel van zijne eigene vinding en eenig in zijn soort: de juiste dagen voor de bezigtiging zullen in deze courant nader worden bekend gemaakt".
 
De Provinciale Noordbrabantsche Courant zelf is (nog) niet gedigitaliseerd, doch zal ongetwijfeld wel in een Brabants archief te raadplegen zijn. Dit zou mogelijk nog nadere informatie kunnen opleveren. In het artikel zijn de 20 uren te lezen als 20 x 5 = 100 kilometer. Oftewel; de wagen zou een actieradius hebben van 100 kilometer en een snelheid van 20 km/uur. Toch vermoedelijk wel dezelfde John (Johan) Loeff had in de jaren 1864-1867 in 's-Hertogenbosch een scheepswerf/machinefabriek die o.a. een stoomboot bouwde voor de dienst Joure- Sneek.

 

loeff-stoom-velocipede

bron afbeelding: Stadsarchief Den Bosch

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 04 maart 2012 15:21)

 

Boessenkool

De heer Boessenkool heeft in 1910 in Almelo één auto gebouwd. De wagen was uitgerust met een De Dion motor en een Omnia chassis. Verdere gegevens niet bekend.
 
bron: Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie. Peters Uitgeversmij B.V., Deventer, 1976

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (maandag 23 januari 2012 19:19)

 

N.V. Auto-Industrie Verheul, Apeldoorn

In 1955 opende de N.V. Verheul een fabriek in Apeldoorn, maar dit werd pas een echte autofabriek nadat in 1958 de bedrijfsautoproductie van de Kromhout-fabriek in Amsterdam werd overgenomen. Gebaseerd op de bestaande Kromhout constructie en uitgevoerd met motoren van deze fabriek, ontwikkelde Verheul een geheel nieuw uiterlijk. De eerste Verheul bedrijfsauto’s kwamen in 1959 op de weg, ter gelegenheid waarvan de naam van de onderneming werd gewijzigd in N.V. Auto-Industrie Verheul. De werkzaamheden op het gebied van de carrosseriebouw werden intussen normaal voortgezet.

Verheul leverde zowel frontstuur- als normaalstuurwagens, trekkers en vrachtwagens in de middelzware en zware klassen en met twee en drie assen, die desgewenst ook met een AEC of Rolls-Royce motor konden worden uitgerust.

In 1961 begon zich een terugslag af te tekenen. AEC, een Britse bedrijfsautofabriek, nam een deel van het aandelenpakket over, terwijl tevens een coördinatie van de werkzaamheden tot stand kwam.

Kort na de reorganisatie lanceerde Verheul nog een geheel nieuw type met halffront cabine. Maar dat was tevens één van de laatste activiteiten van Verheul als automobielfabriek.

 

Tekst overgenomen uit: Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie. Peters Uitgeversmij B.V., Deventer, 1976

 

verheul-drie-assige-trekker

Links: Verheul drie-asser uit de jaren zestig

 

Klik hier voor informatie over Verheul al carrosseriefabriek

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 22 januari 2012 14:48)

 

Creusen I.A.M. - Elektrotechnische Industrie Creusen, Roermond, 1956

Creusen-IAM-1956-09-iam
Bovenstaand artikel dateert van september 1956.
 

Volgens de website van Creusen begon hun fabrikage van elektrisch aangedreven bezorgwagens pas in 1959!

 

6 november 2012: Volgens dhr. J.M. Clarenbeek, die deze wagens in dienst van IAM verkocht, waren deze in een later stadium voorzien van een andere aandrijving. Dhr. Creusen had in samenwerking met dhr. Manson jr. (zoon van de directeur van de IAM) een wormwiel aandrijving bedacht op het linker achterwiel, wat in die tijd revolutionair genoemd mocht worden. Bovendien waren de cabines (voor de bestuurder) uit polyester gegoten.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (dinsdag 06 november 2012 19:00)

 

B.V. Machinefabriek Werklust, Apeldoorn

Werklust begon in 1974 met de produktie van een container kipper. Een 6x2, waarvan alleen de beide voorwielen werden aangedreven, door een vooras gemaakt door Terberg. De motor was een Mercedes-Benz diesel, gekoppeld aan een Allison versnellingsbak. De cabine was een door Werklust aangepaste versie van een British Motor Panels cabine.
(klik hier voor de geschiedenis van Werklust)

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 30 oktober 2011 22:29)

 

Automobielbedrijf Gebr. van Ginkel, Ederveen

In 1933 begon Evert van Ginkel een autohandel in Ederveen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf succesvol met het ombouwen van GMC's, Dodge Beeps en Jeeps.

Klik hier voor een uitgebreide historie van de firma.

In 1967 ging het bedrijf verder onder de naam GINAF (zie aldaar)

reo-ginkel-1964
advertentie 1964





















AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (maandag 29 augustus 2011 21:50)

 

J. en I. ten Cate, Almelo

logo-j-i-ten-cateJ. en I. ten Cate in Almelo, fabrikant van vrachtauto's en aanhangwagens. Net als Kromhout en A.S. ging Ten Cate in 1935 complete trucks en trekkers onder eigen naam bouwen die geleverd werden met een Deutz dieselmotor. Het chassis werd in overleg met de klant in de gewenste wielbasis geleverd. De klant kon nu een complete combinatie van dezelfde fabrikant betrekken de service en onderhoud zou hierdoor een stuk eenvoudiger worden. Uiteindelijk werden een maar een beperkt aantal Ten Cate trucks gemaakt (circa 150 stuks). Het bleek te kostbaar te zijn om productie op grote schaal te doen.

Klik hier voor de geschiedenis van het bedrijf dat als smederij begon en later uitgroeide tot machinefabriek en tot een volwaardige trailerfabriek met veelal speciale voertuigen.

ten-cate-truck-en-trailer




















AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (woensdag 10 augustus 2011 21:44)

 

A.I.C. Truck, Amsterdam

Bij de N.V Automobile Import Company te Amsterdam bouwde men voornamelijk Fords om tot een drie-assige A.I.C. “Truck” met de bedoeling het laadoppervlak c.q laadvermogen te vergroten. Deze voertuigen waren voorzien van de bestuurbare vooras, in het midden de vaste aandrijfas met eventueel naar wens geleverde (grotere) vertraging en aan het eind van de aangebouwde/verlengde chassis een ondersteunende bestuurbare achteras.

De bestuurbare voor- en achterwielen waren via een stangenstelsel met elkaar verbonden, zodat deze gelijktijdig stuurden. Door deze constructie alsmede het veranderde weggedrag kon men aan de wettelijk gestelde eisen m.b.t. (restricties van lange) achteroverbouwen voldoen.

aic-1923-09-aic

advertentie september 1923


AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (woensdag 01 mei 2013 20:19)

Lees meer...

 

Havas, Hilversum

Havas was een Nederlandse fabrikant van sportwagens en cabriolets.

havas-beachcomberHavas staat voor Hans van As, een garagehouder uit Hilversum. In de jaren 1950 bouwde hij onder andere een Formule 3 racer, een open rensportwagen op basis van Simca 8, en een dichte rensportwagen op basis van een Porsche Carrera.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 23 maart 2014 18:54)

Lees meer...

 

Jules de Ceuster & Zn., Breda

jdc-1930-10-jules-de-ceusteradvertentie oktober 1930
AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (dinsdag 22 februari 2011 22:57)

 

Omnia, 1906-1912

omnia-rai-1907De firma Omnia Engineering Works, Houwing & Co hield zich bezig met de fabricage van en de handel in motorboten en losse motoren. Het bedrijf was gevestigd aan de Reederijstraat 2 in Rotterdam. In 1906 werd een aanvang gemaakt met de fabricage van auto's, deze werden waarschijnlijk gemaakt in een fabriekje aan de Oostkousdijk 16 te Rotterdam. Het was een Belgisch ontwerp in licentie gemaakt, een auto waarvan de productie gestopt was, maar van welk merk is onbekend.

Omnia-ReederijstraatReederijstraat 2
(bron: Gemeentearchief Rotterdam)








AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 25 januari 2013 10:19)

Lees meer...

 

Nemo, Utrecht

De Nemo werd gemaakt in de fabrieken van Jan Jongerius te Utrecht. Nemo, oftewel Nederlandse Motorrijtuigfabriek, was opgericht door N.J. Kollewijn en M.L. van Amerongen. Nemo was een experiment net na WO II. Een bestelwagentje, drie cilinder mini-wagentje noemde een oud werknemer het. Het kreeg de bijnaam de Musketier. Men had veel geld in de ontwikkeling gestopt, maar het is volledig geflopt. Er zijn er maar 12 a 14 stuks van gemaakt.

Nemo-2
Een Nemo, waarop de eigenaar W. de Groot trots laat weten dat hij zuivel en eieren verkoopt. We danken de foto aan zijn neef Peter de Groot (klik op de foto voor een vergroting)













Nemo-1















































nemo-1948-3advertentie december 1948, autodealer Rompelman in Almelo was destijds ook korte tijd vertegenwoordiger van dit merk

(collectie Hans van Reenen)
























Nemo-1949-4advertentie februari 1949
(collectie Hans van Reenen)





















AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (donderdag 10 februari 2011 19:32)

 

Spijker, Spyker, Amsterdam

spijker-1899Spyker, begonnen als rijtuigbouwers in Hilversum 1880, in 1886 naar Amsterdam in 1895 eerste Spyker-Benz auto in 1900 eerste geheel door Spyker gebouwde auto, in 1927 ging het bedrijf failliet.

 

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (woensdag 20 augustus 2014 12:56)

Lees meer...

 

Kromhout, Amsterdam

In 1867 begon Daniël Goedkoop een reparatie scheepswerf op het terrein van de oude scheepswerf  “Het Kromhout”. Goedkoop bleef de naam van de oude werf gebruiken. In 1901 werd door Kromhout voor het eerst een scheepsmotor geconstrueerd, het was een benzinemotor en in 1905 volgde een petroleummotor.

Korte tijd later volgde nog een ruwe oliemotor waarvoor in 1908 een geheel nieuwe fabriek aan de overkant van het IJ in Amsterdam-Noord werd gebouwd. De motoren vonden zoveel aftrek dat in 1911 de werf werd afgestoten en de motorenfabriek werd uitgebreid. De naam van het bedrijf werd nu “Kromhout Motoren Fabriek D. Goedkoop Jr. N.V.”

In 1929 werd besloten om ook dieselmotoren te gaan bouwen. Besloten werd om een bestaande motor in licentie te bouwen en de keuze viel op de Engelse Gardner-Diesel.

kromhout-1933-04-kromhoutVanaf 1932 werden de Kromhout-Gardner dieselmotoren geleverd als inbouwmotoren voor auto’s, schepen, locomotieven en als stationaire motoren. Kromhout was zeer actief in het aanbieden van de inbouwdiesels voor vrachtwagens en autobussen. De crisistijd hielp hierbij omdat door inbouw van een dieselmotor veel brandstof bespaard kon worden. De grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag lieten hun respectievelijke Magirus, Krupp en  Minerva bussen ombouwen met Kromhout dieselmotoren. Ook vrachtwagen merken als Indiana, Reo en Minerva konden al vanaf de importeur met Kromhoutdiesels worden uitgerust.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (vrijdag 06 juni 2014 07:43)

Lees meer...

 

Spijkstaal, Spijkenisse

1938 tot heden.

Begonnen met stalen landbouwwagens, na de oorlog elektrische voertuigen voor spoorwegstations, huis aan huis bezorging en winkelwagens.

Tekst van de website van Spijkstaal:
"In 1938 startte Spijkstaal tegenover de dorpskerk in Spijkenisse. Als dorpssmid produceerde Gerrit Neuteboom sterke, stalen landbouwwagens die een zware last konden vervoeren en door een tractor konden worden getrokken. Stalen wagens uit Spijkenisse; het merk Spijkstaal was geboren! Na de landbouwwagens volgden de elektrische melkwagens (zie hier een nostalgisch voorbeeld), de SRV-wagens en vele daarvan afgeleide producten. Later bleek de elektrische aandrijving ideaal in grote gebouwen; geen uitlaatgassen, heel betrouwbaar en weinig lawaai. Veel producten voor intern transport vonden hun weg in binnen- en buitenland."

spijkstaal-1953-01
advertentie januari 1953


 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (dinsdag 07 mei 2013 09:57)

Lees meer...

 

Special

Een Pegaso bedrijfswagen waar door toevoegingen of veranderingen door Wierda een nieuwe typegoedkeuring werd vereist.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (dinsdag 16 november 2010 21:05)

 

Smit, Joure

Smit's Rijtuig- en Wagenmakerij in Joure werd gesticht in 1917 door Jan Alexander Smit. In het begin werden voornamelijk houten boerenkarren en bakfietsen vervaardigd en verkocht. Vanaf 1921 werden carrosserieën voor auto’s gebouwd en de mobielen ter hand genomen en na de uitbreiding met een smederij werden er vanaf 1926 ook opleggers en aanhangwagens gemaakt.

In 1937 werd de naam gewijzigd in Smit's Wagen- en Carrosseriefabriek. Na de Tweede Wereldoorlog werden verhuiswagens, cabines voor vrachtwagens (op chassis van onder meer Kromhout) en 'dental cars' (rijdende tandartsspreekkamers) gebouwd. De eerste ‘echte’ autobus bouwde Smit in 1948. Dit werd gaandeweg de belangrijkste activiteit. Daarnaast werden grote orders ontvangen van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht, waardoor een nieuwe fabriek nodig was, die in 1951 werd geopend. Smit was nu in staat steeds grotere aantallen buscarrosserieën te bouwen, op allerlei chassismerken, maar vooral Bedford en DAF.

In 1969 werd een rijdende winkel met motor, voorwielaandrijving en besturing van de Citroën HY ontwikkeld.

In 1996 werd Smit Joure opgekocht door DAF, waarna de leiding werd overgenomen door de VDL Groep, eigenaar van DAF Bus. In 1998 werd de productie overgebracht naar de Berkhof-vestigingen in Valkenswaard en Heerenveen. Deze laatste was de opvolger van carrosseriefabriek Hainje, die in Friesland altijd Smit's grote concurrent was geweest. Daarmee kwam in 1999 een einde aan de activiteiten van Smit Joure.

(dit is een samenvatting van een uitgebreidere tekst op Wikipedia)

 

Smit-Joure-packard-staalgla

advertentie van Staalglas voor een Packard Ambulance gebouwd door Smit, circa 1948

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (maandag 21 april 2014 16:20)

 

R.A.M. (1967-1982)

Deze firma heeft de vrachtauto 'productie' beëindigd in 1982. Als MAN-dealer is het bedrijf (na een overname) nog steeds actief. De eerste RAM types gebaseerd op DAF en MAN componenten waren reeds in 1967 typegekeurd.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 21 november 2010 18:38)

 

NEBIM

Een VOLVO bedrijfswagen waar door toevoegingen of veranderingen een nieuwe typegoedkeuring werd vereist.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 21 november 2010 18:42)

 

Micro

Project PW 101 werd kort na de tweede wereldoorlog ontworpen door de vliegtuigconstructeur J. Moss (kwam bij Koolhoven vandaan) met een viercilinder boxermotor achterin. Zou door Micro Mettallum Engineering in Den Haag in productie worden genomen. Niets meer van gehoord.

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 21 november 2010 18:47)

 

P. v.d. Lely, Den Haag

Rond 1900 werd een auto ontwikkeld, verder niets bekend. 
(Bron: De Kampioen 20 oktober 1899; Conamlijst met rijksnummers, nr. 79)

 

Naast de fabrikant P. van der Lely bestond ook de detailhandel Gebr. van der Lely B.V., Toen de eigenaars hiervan de onderneming wilden staken heeft de fabrikant deze overgenomen omdat zij niet de naam "van der Lely" verloren wilde zien gaan. De familie van der Lely zag zich bij de fabricage van motorcarriers en invalidenwagens voor steeds grotere problemen gesteld en moest de productie uiteindelijk staken. Niemand zag nog brood in de detailhandel maar Henk Nieuwenhuijsen was overtuigd van de toekomst. In 1979 heeft hij het bedrijf als dealerbedrijf voortgezet.

(Bron: website gebr. van der Lely)

vd-lely-1936-06advertentie juni 1936

































vd-lely-politiemuseum-1
collectie politiemuseum Apeldoorn

























vd-lely-politiemuseum-2


(foto's: Fons Alkemade)












































lely-den-haag-typeplaatje

typeplaatje (collectie Walter Huyskens)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

lely-jlo-1951-06-bovag

advertentie juni 1951

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

lely-senior-1955-1

Lely Senior uit 1955

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

lely-prijscourant-1

prijscourant d.d. ?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

lely-prijscourant-2

prijscourant d.d. ?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (donderdag 27 maart 2014 12:04)

 

Leader, Arnhem

Tussen 1904-1905 is een klein aantal auto’s opgebouwd uit buitenlandse onderdelen.

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (zondag 21 november 2010 18:52)

 

Joymobile, Hilversum

Op de Parijse salon van 1953 stond Joymobile, Hilversum (Washmobile Holland) met een auto met viercilinder Delettrez dieselmotor van 45pk zonder carrosserie. (Delettrez maakte een dieselmotor die geschikt was voor inbouw in Amerikaanse personenauto's o.a. Chevrolet. De motor was gebaseerd op het blok van een GMC oorlogstruck maar omgebouwd tot diesel. De motoren werden gebouwd bij Washmobile uit Amsterdam).

Beide achterwielen van de Joymobile werden aangedreven, waartoe twee onafhankelijk van elkaar werkende hydraulische turbines - de type-aaanduiding luidde "Turbomatic" - waren ingebouwd. Een versnellingsbak en een differentieel waren niet aanwezig. De bestuurder hoefde slechts een hefboom in de stand 'vooruit' of 'achteruit' te plaatsen en gas te geven. ook de vering van de Joymobile was nogal revolutionair, omdat gebruik werd gemaakt van lucht-schokdempers.

Door geldgebrek raakte het project in het vergeetboek.

 

bron: Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie. Peters Uitgeversmij B.V., Deventer, 1976

 

AddThis Social Bookmark Button

Laatst aangepast (maandag 05 maart 2012 23:11)