Carrosseriebouwers (beschrijvingen)

Roos, 's-Gravenhage

Chr. Roos 1927 – 1955
Pletterijkade 8 Den Haag
roos-1
De heer Christianus Albertus Roos opende op 1 juli 1927 zijn bedrijf aan de Casuarisstraat in Den Haag onder de naam ’s-Gravenhaagsche Fabriek van Carrosseriebewerking. Later verhuisde hij naar de Pletterijkade. Hij hield zich voornamelijk bezig met de opbouw van bestelauto’s en het bouwen van aanhangwagens. De enige bekende personenauto’s voor wie de firma een carrosserie heeft gebouwd zijn een Bentley MKVI en een Alfa Romeo 6C-2500.

Lees meer: Roos, 's-Gravenhage

Pennock, Den Haag

pennock-1909Pennock was een Nederlandse carrosseriebouwer uit Den Haag (van 1900 tot 1953). De fabriek was gevestigd aan het Bleijenburg en later aan de Binckhorstlaan en nog later aan de Weteringkade.

(advertentie 1909)

Lees meer: Pennock, Den Haag

Vermeulen-Hollandia, Maaswinkel/Haarlem

vermeulen-kipper-1922In 1883 begon de wagenmaker Jan Vermeulen (1856-1927) bij Rijtuig- en Wagenmakerij Zoone van Maaswinkel. In 1894 nam hij de zaak van zijn baas over. De firma leverde bakkerskarren, melkkarren, badkoetsen etc. en ze onderhielden en repareerden ook wagens en koetsen. Na de eerste wereldoorlog begon Vermeulen ook met de carrosseriebouw voor automobielen, ze bouwden allerlei soorten carrosserieën maar geen personenauto’s.

 

Lees meer: Vermeulen-Hollandia, Maaswinkel/Haarlem

Verheul, Waddinxveen

Verheul, Waddinxveen begon in 1900 als rijtuig- en wagenmakerij, in 1920 werd de eerste autobuscarrosserie gebouwd. In 1958 werd de vrachtwagenproductie van Kromhout overgenomen. In de zestiger jaren werd het bedrijf door British Leyland overgenomen.

verheul-19271013-waddinxveen

advertentie oktober 1927

 

Lees meer: Verheul, Waddinxveen

Van Trigt, 's Gravenzande

Het bedrijf, dat zes generaties van vader op zoon is gegaan, is in 1775 met een ‘wagenmakerswinkel’ begonnen op de historische plek in het centrum van het dorp (toen Heerenstraat) met Willem van Trigt. Willem van Trigt, zoon van Gozen van Trigt, werd geboren in 1746 in Echteld (Betuwe-Gelderland) en ‘emigreerde’ in 1775 naar ’s‑Gravenzande om zijn geluk en zijn vakkennis te beproeven.

Lees meer: Van Trigt, 's Gravenzande

B.T. van Rijswijk, Den Haag

B.T. van Rijswijk & Zn., Den Haag 1903-1950

Rijswijk-briefhoofdRond het begin van de twintigste eeuw had van Rijswijk een fabriek voor de fabricage van allerlei lederen accessoires voor paarden en koetsen. Daarnaast repareerde men koetsen. Vanaf 1903 werd de bouw van carrosserieën voor automobielen de hoofdbron van inkomsten. Zelfs het koninklijk huis bestelde een carrosserie op een Minerva chassis voor Prins Hendrik. Van Rijswijk kreeg de titel van Hofleverancier.

Na de eerste wereld oorlog werden de merken Isotta-Fraschini, Excelsior, Rolls-Royce etc. van carrosserieën voorzien die vaak prijzen op Concours d’Elegance wonnen. In de late dertiger jaren waren het meestal Amerikaanse merken zoals Ford, Buick, Packard, Nash en Chevrolet. Het laatste vooroorlogse merk met een Van Rijswijk carrosserie was een Lancia Aprilia voor de Parijse salon van 1940 die niet meer gehouden werd om bekende reden (zie foto verder hieronder).

Na de oorlog werd de draad weer opgepakt met het repareren van beschadigde carrosserieën. In 1950 werd nog een Panhard Dyna voorzien van een sport body, maar dat was tevens het laatste werk van Van Rijswijk.

(Tekst van Frans Vrijaldenhoven)

Lees meer: B.T. van Rijswijk, Den Haag

Van Oers, Roosendaal

Carrosseriebouwer Leonard van Oers, Roosendaal

Carrosseriebouwer Leonard van Oers uit Roosendaal was (volgens Chris Broos) voor 1940 een belangrijke carrosseriebouwer in het zuiden van Nederland. Hij bouwde o.a. voor garage Monopol bijna alle Minerva's, Dodges en Opels en de carrosserieën voor de stadsdienst van Breda tussen 1930 en 1941.

Lees meer: Van Oers, Roosendaal

Van Leersum & Co, Hilversum

In juni 1919 startte Jan van Leersum een carrosseriefabriek aan de Waarderstraat 42b en 58a te Hilversum, later aan de Laarderweg 121. In de loop der jaren had hij diverse compagnons. 

Begonnen in 1919 was Jan van Leersum niet alleen carrosseriebouwer maar ook een artiest met toekomstvisie. Al in de dertiger jaren propageerde hij stroomlijn ideeën voor personenauto's maar ook voor autobussen. Hij bouwde complete carrosserieën en ook toebehoren en verbeteringen zoals open daken, aanbouwkoffers, gestroomlijnde spatborden en dergelijke. Ook moderniseerde hij bestaande auto's.

Na de oorlog bouwde Van Leersum hoofdzakelijk begrafenisauto's, volgauto's en autobussen. In december 1951 werd het bedrijf opgeheven omdat men de concurrentie met de grotere Nederlandse busbouwers niet meer aan kon.

In 1980 werd in het Groninger museum een expositie gehouden "Design in den Niederlanden". Hier werden onder ander een aantal foto's van de gestroomlijnde autobussen van Jan van Leersum geëxposeerd.

leersum-gunsing-carrosserie-1930-10advertentie oktober 1930

Lees meer: Van Leersum & Co, Hilversum

Carrosserie Firma C.A. Teulings, 's-Hertogenbosch

Fa. C.A. Teulings, Fabriek van Rijtuigen en Carrosserie voor Automobiles, te 's-Hertogenbosch

In 1703 begon Stans Klassen Tolinckx op de Vuchterdijk een wagen- en rijtuigmakerij op de Vuchterdijk. Zijn broers Peter, Wouter, Nicolaas en Jan voegden zich als snel bij hem. Uit het gildenboek valt vast te stellen dat dit familiebedrijf binnen een tiental jaren tot de grootste wagen- en rijtuigmakerij van de Meierij was uitgegroeid.

Stans (Constant) had tien kinderen, en alle zoons kwamen de gelederen van 'Teulings Rijtuigen' versterken. Ook neven, ooms en aangetrouwde zwagers traden in de loop der tijd toe.

Tot aan het begin van de twintigste eeuw bleef dit familiebedrijf in stand, waarbij het bedrijf op dezelfde plaats, verspreid over een min of meer aaneengesloten reeks panden: de Pyp, het Appelboomke, de Drie Sterren, de Drie Konen (later het Lindeboomke) en de Prins. Het omvatte rond 1725 onder andere een rijtuigmakerij/annex schrijnwerkerij, een radenmakerij, een smederij, een zadelmakerij, een uitspanning, een tapperij en magazijnen.

Stans Tolincks werd ook wel Stans Molemakers genoemd. Dat geeft aan dat ook het molenmakersambacht werd beoefend. De techniek van de rademakerij vormde zowel de kern van de bouw van wagens, karren en koetsen als voor de molenbouw. Molens werden gebouwd tot in Leiden en Amsterdam-Zaandam.

Het familiebedrijf werd rond 1850 door Cornelis Antonsz. Teulings omgezet in een Firma C.A. Teulings, nog steeds gevestigd aan de Vughterdijk. Cornelis was de zoon van Anton, zoon van Cornelis, zoon van Nicolaas, zoon van Wouter, de eerdergenoemde broer van Stans, allen werkzaam in het door Stans gestichte familiebedrijf.

Bij de stichting van de firma rond 1850 was die situatie niet wezenlijk veranderd. In 1852 nam Teulings deel aan de expositie Handel en Nijverheid in Arnhem, in 1878 en 1889 aan de Wereldtentoonstelling in Parijs, waar drie rijtuigen een Medaille d'Or ontvingen.

Bron (plus meer informatie over de familie Teulings): Fa C A Teulings historie automobielfabriek 's-Hertogenbosch

File1873Automei1913


advertentie 1913

Lees meer: Carrosserie Firma C.A. Teulings, 's-Hertogenbosch

Schutter & van Bakel, Amsterdam

Schutter & van Bakel werd in 1829 in Amsterdam opgericht (toen nog alleen van Bakel) als koetsbouwer en zadelmakerij. In 1901 werd de eerste auto met carrosserie van Schutter & van Bakel afgeleverd. Veel luxe merken zoals Rolls Royce, Bentley, Hispano Suiza, Packard, Bugatti, Lancia, Ballot en Voisin werden voorzien van een Schutter & van Bakel carrosserie.

Schutter-en-Van-Bakel-eerste

 

Bij een artikel over het honderdjarig bestaan van de firma Schutter & Bakel in het Algemeen Handelsblad van 2 juli 1929 stond deze foto van een van de eerste auto's die door Schutter & van Bakel voorzien werd van een carrosserie. Volgens Ariejan Bos is dit een Peugeot, meest waarschijnlijk is een type 15 van rond 1898. De dubbele phaeton-carrosserie is echter een standaard fabriekscarrosserie die op meerdere modellen werd gebruikt (bijvoorbeeld ook het type 7 en 8). Uit enkele details blijkt duidelijk dat het om een type met Peugeot-motor gaat (vanaf 1898). Wat Schutter & van Bakel hier nu precies aan hebben gedaan is volstrekt onduidelijk. Waarschijnlijk heeft bij het artikel een verkeerde foto gestaan.

 

Lees meer: Schutter & van Bakel, Amsterdam

A. Muller, Rotterdam

Carrosserie- en Lederwarenfabriek A. Muller & Zoon was sinds 1921 als “fabrikant van lederwaren voor de motor- en rijwielbranche” gevestigd aan de Vijverhofstraat te Rotterdam. De panden met de nummers 86-92 bevonden zich onder het Hofpleinspoorviaduct, de zogenaamde ‘Hofbogen’. Een paar jaar later volgde uitbreiding in de panden ernaast t/m nummer 98.

Muller maakte voornamelijk lederen bekleding en kappen en hoezen voor auto’s. Later werd het bedrijf vooral bekend als carrosseriefabriek en autoherstelbedrijf. In 1968 verhuisde 'Automobielbedrijf A. Muller & Zoon' naar een ander, nieuw gebouwd pand aan de Vijverhofstraat 27. Het bedrijf ging in 1984 failliet.

Bij de restauratie van de Hofbogen in september 2015 kwam de originele gevel uit de jaren twintig tevoorschijn. Het was op dat moment nog niet bekend of de gevel behouden zal blijven.

muller 2015 1

Lees meer: A. Muller, Rotterdam

Carrosserie Lith N.V. Rotterdam

Carrosserie Lith N.V. te Rotterdam is opgericht in 1876 (een andere bron zegt 1874). Het bedrijf was eerst gevestigd aan de Centuurbaan 66 te Rotterdam-Hillegersberg. Tegelijk met de viering van het 75-jarig jubileum werd in 1951 de nieuwe fabriek aan de Centuurbaan 32 geopend. Het bedrijf legde zich toe op de carrosseriebouw en –reparatie, met name autobussen, speciale carrosserieën en in de jaren zestig de rijdende postkantoren. In 1968 was dhr. J.W. Lith voorzitter van de Focwa, in 1936 opgericht als Federatie van Organisaties in de Carrosserie- en Wagenbouw en Aanverwante bedrijven.

Lith-1919-10-01-NRC

advertentie oktober 1919

 

Lees meer: Carrosserie Lith N.V. Rotterdam

Lathouwers, 's-Hertogenbosch

Carrossereriefabriek F.H. Lathouwers

Lathouwers-1In 1821 werd de heer Franciscus Hendricus Lathouwers geboren. Hij leerde het vak van wagenmaker en in 1848 begon hij voor zichzelf. In 's-Hertogenbosch begon hij met het repareren en vervaardigen van wagens en rijtuigen. Hij deed dit kennelijk goed want zijn klantenkring besloeg na enige tijd heel Nederland, België, Duitsland en zelfs Nederlands-Indië. Het bedrijf produceerde van alles op het gebied van vervoer, van Bakkerswagens tot rijtuigen, van lijkwagens tot postkoetsen en zelfs arrensleden. De overgang naar automobiel carrosserieën ging bijna vanzelf toen een Belgische klant, een houthandelaar, een auto aanschafte. Hij vroeg Lathouwers daar een zespersoons carrosserie op te zetten.

 

Lees meer: Lathouwers, 's-Hertogenbosch

Aviolanda, Papendrecht 1945-1948

In 1926 werd de scheepswerf Burgerhout gevraagd om de Dornier Wal, een metalen vliegboot, voor de Nederlandse Marine in licentie te bouwen. De raad van bestuur van de scheepswerf voelde hier niets voor. De heer Burgerhout besloot toen zelf de zaak in handen te nemen. Hij vond in Papendrecht een grote scheepswerf die in opdracht van de firma van Driel uit Rotterdam was gebouwd. Deze werf was echter nooit in gebruik genomen. In februari 1927 werd daar begonnen met de bouw van de Dornier Wal vliegboot, die in Nederlands Indië uitstekend dienst heeft gedaan. Daarna heeft Aviolanda Curtiss Hawk jachtvleigtuigen en Dornier Do24 vliegboten in licentie gebouwd. Helaas grepen ze net naast een licentie contract voor de Douglas DC2 en Glenn Martin Bommenwerpers. In tegenstelling tot Fokker was Aviolanda inmiddels gespecialiseerd op het bouwen van metalen vliegtuigen. Aan het eind van de oorlog was het bedrijf door de Duitsers leeggeroofd. Na de oorlog werd van alles aan gepakt om weer nieuwe machines voor de vliegtuigbouw aan te kunnen schaffen.

Lees meer: Aviolanda, Papendrecht 1945-1948

Beynes, Haarlem/Beverwijk

Koninklijke Fabriek van Rijtuigen en Spoorwagons J.J. Beynes

In 1838 vestigde de timmerman Jan Beynes zich als wagenmaker op de Riviermarkt 7 te Haarlem. Het bedrijf groeide uit tot een fabriek van spoorweg materiaal. Het begon met wagons en het breidde uit naar personenrijtuigen en treinstellen. Ook trams en autobuscarrosserieën werden er gemaakt. Het bedrijf mocht de titel “Koninklijke” voeren.

Beynes-Ford

 

Twee Beynes carrosseriën op Ford chassis

Lees meer: Beynes, Haarlem/Beverwijk

BOVA, Valkenswaard

Het bedrijf werd in 1878 opgericht door Jacob Bots. Het is aanvankelijk een houthandel. In 1910 introduceerde Jacob's zoon Simon de naam BOVA, een acroniem voor Bots Valkenswaard. In 1931 werd begonnen met de bouw van autobussen.

bova-1960-10

advertentie oktober 1960

Lees meer: BOVA, Valkenswaard

Bronkhorst, Hilversum

Fa. J. Bronkhorst, Langestraat 87 Hilversum.

bronkhorst-carrosserie-1909-08-05

advertentie augustus 1909

 



Bronkhorst-CadillacBronkhorst begon in de 19e Eeuw als smid en hield zich korte tijd later ook bezig met reparatie van koetsen. Tevreden klanten begonnen complete koetsen te bestellen. Bij die klanten was ook het Koninklijk Huis en vanaf 1905 was Bronkhorst koetsbouwer met de titel hofleverancier. Na 1920 gingen ze over op carrosserieën voor automobielen. Heel wat kwaliteitsauto’s kregen een body van Bronkhorst. Behalve personenauto’s bouwden ze ook ziekenauto’s en in de dertiger jaren vooral begrafeniswagens en volgauto’s. Deze laatste kregen ouderwets uitziende statige koetswerken in de ware zin van het woord. Veel van deze wagens (meestal Buick model 1933 en Chevrolet 1939) hebben de oorlog overleefd en zijn nog jarenlang gebruikt. Enkele Buick’s zijn in Amerika terecht gekomen en staan daar in musea met de foutieve mededeling dat het “the car of Queen Wilhelmina of the Netherlands” is. Omdat de firma weigerde voor de Duitsers te werken is de machinerie en inventaris door de Duitsers weggehaald waardoor het na de oorlog niet mogelijk was weer opnieuw te beginnen. In 1948 werd de zaak geliquideerd.

Foto hierboven: Coupé de Ville op basis van een Cadillac V16 1930.

Lees meer: Bronkhorst, Hilversum

Buitenweg, De Bilt

buitenweg


Het is 1895 wanneer de twee broers, Jan en Stephanus Buitenweg, besluiten een eigen bedrijf op te richten. Het bedrijf krijgt de handelsnaam : Carrosserie en Rijtuigenfabriek Gebr. Buitenweg en wordt gevestigd in De Bilt. De hoofdactiviteiten bestaan uit het vervaardigen en repareren van ruituigen. Het bedrijf heeft in De Bilt en omgeving een zeer goede naam en de broers staan bekend om hun vakbekwaamheid.

In 1920 wordt de firma omgezet in een Naamloze Vennootschap. De goede resultaten en de groei van het bedrijf maken het mogelijk noodzakelijke investeringen te doen. De tijd van rijtuigen wordt langzaam overgenomen door de komst van de auto. Het luxe carrosseriewerk nam sterk af en het repareren en verhuren van auto’s was in een stijgende lijn. Ook de handel in gebruikte auto’s werd alleen maar beter. De firma Buitenweg besloot naast deze activiteiten nieuwe auto’s te gaan verkopen. De merken Hudson en Essex werden als agentschap binnengehaald en het bedrijf zat op het goede spoor.

Lees meer: Buitenweg, De Bilt

De Ley, Princenhage

deley 1Breda 1931; Carrosseriebedrijf ‘ De Ley’

P.H. Rüttchen; tel. 4794; Princenhage

Later Urkstraat 11; voor Bedrijfswagens







In de eerste helft van deze (20e) eeuw kwamen in de gemeente Princenhage verschillende industrieën op gang. De meeste daarvan lagen tegen de stad Breda aan, op Princenhaags grondgebied.

Lees meer: De Ley, Princenhage

Den Oudsten & Zonen, Woerden

Voor de Tweede Wereldoorlog heette deze carrosseriefabriek Den Oudsten & Domburg. In de jaren dertig bouwde deze fabriek vele bussen voor Nederlandse bedrijven, waaronder grote aantallen Opel- en Bedford-bussen voor de toenmalige GEBRU ter vervanging van de stadstram in Utrecht. Na de bevrijding gingen de beide firmanten uit elkaar (bron: Wikipedia).

Oudsten Domburg 1935 GMC

 

autobus van de T.O.D 1935

 

Lees meer: Den Oudsten & Zonen, Woerden

Van Eerten, Edesche Carrosserie Fabriek

Willem Alexander (Sander) van Eerten geboren op 15 oktober 1885 was wagenmaker van beroep. In zijn jonge jaren leerde hij het vak bij Köhler in Zutphen, daarna werkte hij vele jaren bij Veth in Arnhem.

Anno 1924 begon hij voor zichzelf. Hij nam de bestaande wagenmakerij van Dronkelaar over op de hoek van de Grotestraat en de Torenstraat in Ede. In 1927 kwam z'n broer Egbertus (Bertus) in de zaak. De Edesche Carrosserie Fabriek verhuisde begin jaren dertig naar de Brouwerstraat in Ede.

edesche-onbekend-2

In het begin werden alleen boerenwagens gemaakt maar omstreeks 1926 werd voor het eerst een laadbak op een auto-onderstel gemaakt, voor zover bekend een T-Ford. De afnemer was garage Bakker in Wageningen. Een tweede auto voor bodedienst Holland volgde en kort daarna werden er ook personen-, en andere vrachtwagens gebouwd.
In 1929 werden de eerste autobussen gebouwd. De eerste klant was een bedrijf te Dieren en al spoedig kwamen er orders uit Arnhem (Matser) en Hilversum (Gooilander).

Blijkbaar werd in de eerste jaren het laswerk uitbesteed, zie bv onderstaand krantenbericht van 11 juni 1932
"Edesche Carrosseriefabriek aan Brouwersstraat van gebroeders Van Eerten bouwt touringcar. Willemsen – Torenstraat, leverde de ijzeren onderbouw".

De gebroeders van Eerten bewezen behalve hun vak ook hun tijd te verstaan. Al voor de oorlog exposeerden ze hun producten op de RAI-tentoonstelling. Ook na de oorlog gaven ze daar acte de presence. Waren de eerste bussen nog hoekig en eenvoudig, later werden het sierlijke en gestroomlijnde wagens.
Eind 1953 werd het pand van schilder Brouwer aan de Ketelstraat gekocht. Hier werd de spuiterij gevestigd.

Behalve bussen werden tot de jaren zestig jaren ook bestelwagens, vrachtauto's en opleggers gebouwd. Zo werden voor de PTT meerdere Opel Blitz ingericht als meetwagen, voor Slachterij en Vleeswarenfabriek Stroomberg uit Ede een Volkswagen Transporter de laadruimte geheel bekleed met polyester en voor Houthandel Tulp Krüpp trekkers voorzien van een cabine en opleggers gebouwd voor het houttransport.

De maatschappelijke ontwikkelingen maakten rond 1960 een einde aan de bouw van autobussen. De concurrentie van grote binnenlandse, maar ook Belgische autobusbouwers was er de oorzaak van dat men met de bouw van bussen stopte. In 1960 overleed Bertus en kwam de leiding van het bedrijf steeds meer terecht bij de zoon van Sander; Gerrit Peter van Eerten.
Het bedrijf is toen overgeschakeld op schadeherstel van personenwagens en bestelbusjes en in deze branche is het bedrijf (met een van de eerste spuitcabines in Nederland) succesvol geweest. Als gevolg van de herinrichting van het centrum van Ede moest het pand aan de Brouwerstraat worden verlaten en werd het bedrijf begin 1973 opgeheven.

Lees meer: Van Eerten, Edesche Carrosserie Fabriek

Egbers, Nijmegen

Egbers had een rijtuigfabriek annex smederij aan de Berg en Dalseweg in Nijmegen. In 1898 begon hij met de fabricage van koetswerken voor automobielen, wat hem waarschijnlijk tot één van de eerste carrosseriebouwers van Nederland maakt. Zijn eerste voertuig was een coupé-victoria met een motor van Benz, gel;everd door plaatsgenoot Aertnijs. Later maakte Egbers meerdere carrosseriën voor Aertnijs, onder andere op onderstelen van Darracq, die door Aertnijs op de RAI-tentoonstelling van 1903 werden getoond.

(bron: Janssen, Anton: L.A.Moll's ATIM, de geschiedenis van een Nijmeegs garagebedrijf)

egbers mors

 

Het personeel van de firma Egbers bij een Mors, circa 1898

Lees meer: Egbers, Nijmegen

Fokker 1946-1949

FokkerbussenDe N.V. Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker had onmiddellijk na de tweede wereldoorlog een moeizame start. Er was niet onmiddellijk vraag naar nieuwe vliegtuigen. Zowel militaire vliegtuigen als civiele toestellen kwamen uit de grote oorlogsvoorraad en alleen het ombouwen van Dakota’s naar civiele DC3’s gaf wat soelaas. Daarom was Fokker blij met een opdracht van de spoorwegen om 75 autobuscarrosserieën te bouwen. Deze opdracht werd gevolgd door een opdracht van Verheul voor 248 bussen op Scania Vabis chassis en 40 bussen op Saurer chassis. De lassers van Fokker, die gewend waren om staalbuis vliegtuigrompen te lassen werden bij werkspoor bijgeschoold om het lassen van buscarrosserieën onder de knie te krijgen. Vanaf 1949 kreeg de vliegtuigbouw weer de overhand met de productie van de Fokker S11 en S14 trainers en de licentie bouw van de Hawker Seafury en de Gloster Meteor straaljager.

Lees meer:  Fokker 1946-1949

Hainje, Heerenveen

Rijtuig- en wagenmakerij B. Hainje te Heerenveen
In 1905 werkte Bartele Hainje als knechtje bij een scheepswerf annex wagenmakerij te Heerenveen. In 1907 emigreerde de eigenaar naar Amerika en deed het bedrijf over aan zijn knecht, zodat op 11 november 1907 de nog jeugdige Bartele de gelukkige bezitter werd van een eigen bedrijf met een waarde aan opstallen en inventaris van nog geen tweeduizend gulden en een bedrijfskapitaal van ruim honderd gulden.
Er werden kruiwagens, karren, sleperswagens en wat dies meer zij gebouwd en gedurende de eerste wereldoorlog werd het allereerste contact met het personenvervoer gelegd, doordat Hainje zich ging toeleggen op het onderhouden en opknappen van de vigilantes van de boeren in de omtrek. Ook werden dergelijke wagens in gebruikte staat gekocht, opgeknapt en weer verkocht, waarbij reeds toen de service om de hoek kwam kijken. Bartele Hainje fietste b.v. in die tijd twee maal twintig kilometers, om een door hem geleverde wagen te smeren, waarvoor dan de enorme vergoeding van 2,50 gulden gebeurd werd.

Lees meer: Hainje, Heerenveen

Hermans, 's Gravenhage

M.L. Hermans & Co, Fluwelen Burgwal 13-17, 's Gravenhage. fabrikanten van rijtuigen en auto-carrosserieën. Hofleveranciers.

Deze oorspronkelijke calèche bouwer werd opgericht in 1841 door Mattheus Leonard Hermans (1812-1876). Aanvankelijk gestart met 6 personeelsleden, telde 10 jaar later 21 man, in 1860 69 en in 1870 155 personeelsleden. In 1878 werd met 2 rijtuigen ingezonden naar de Wereldtentoonstelling in Parijs.

Door invoering van stoomwerktuigen liep dit aantal werknemers terug in 1904 naar ruim 60. In oorsprong gevestigd aan de Korte Poten en daarna verhuisd naar de Fluwelen Burgwal 13-15 waar het bedrijf voor het laatst voorkomt in de adresboekjes van 1926/1927.

Na het overlijden van de oprichter M.L. Hermans in 1876 werd het bedrijf voorgezeten door Johannes Wilhelmus Paesie (1843-1911) die op 14 jarige leeftijd was begonnen als leerjongen samen met Andries Jacob Haaxman (1817-1893). In 1865 werd de firma in voormalige Nederlands Indie vertegenwoordigd door J. Arntzen in Batavia, en op 12 april 1873 vervangen door J.A. Ceulen in Probolingo en leverde Hermans & Co rijtuigen aan diverse Javaanse vorsten, ook het Koninklijk huis was een niet onbelangrijke klant voor de hofrijtuigen en was men rond 1900 begonnen als carrosseriebouwer.

Bronnen:
Staatsiekoets voor een Javaansch vorst uit de rijtuigfabriek van Hermans & Co. te 's-Gravenhage In: Nederlandsch Magazijn. - Amsterdam. - 1859; p. 268-269: ill.
Beschouwing over de grote bedrijvigheid bij de rijtuigenfabriek van Hermans & Comp. In: Haagsche Courant. - 's-Gravenhage. - 11 mrt. 1865; p. 2 J. Gram;
De Rijtuigfabriek van L. Hermans & Co 's-Gravenhage in onzen tijd: met 80 ill. en 3 photo-chromo-drukken naar Apol [etc.] In: 's-Gravenhage in onzen tijd
Haagsche Schetsen. - Amsterdam. - 1893; p. 92-94. J.de Loos-Haaxman, een huis aan de Fluwelen Burgwal, Die Haghe jaarboekje (1958) p.98-100. (Die Haghe, uitgave van de geschiedkundige vereniging Die Haghe).

Met dank aan Peter van Dam

66-4Deze Delahaye, ingevoerd in 1898, was voorzien van een Hermans carrosserie en werd datzelfde jaar afgeleverd aan Baronesse van Brienen de Groot Lindt. Het aanwezige Rijksnummer behoorde toe aan de importeur P.H. Adrian.

Lees meer: Hermans, 's Gravenhage

Werkspoor, Amsterdam

In 1826 richtte Paul van Vlissingen, die ook al directeur was van de Amsterdamse Stoomboot Maatschappij, een reparatie inrichting voor stoommachines op in Amsterdam-Oostenburg. Het volgend jaar moest de zaak al uitbreiden en kwam Abraham Dudok erbij en werd een voormalige rokerij van de V.O.C. gehuurd. Het bedrijf heette vanaf dat moment Fabriek van Stoom en Andere Werktuigen. Het bedrijf bouwde stoommachines voor schepen en fabrieken en later ook stoomlocomotieven. De productie breide zich uit tot allerhande rollend materieel en ook bruggen.

In 1925 werd er zelfs een prototype helikopter gebouwd door Albert Gillis von Baumhauer. Helaas is dit veel belovende project nooit doorgezet. Het telegramadres Werkspoor werd in 1929 ook de nieuwe firma naam.

In 1930 werd er op verzoek van Albert Plesman (die niet geheel afhankelijk van Fokker wilde zijn) een vrachtvliegtuig gebouwd, ook werden voor Fokker een aantal metalen rompen voor vliegboten gebouwd. De vliegtuigbouw zette echter niet door binnen het bedrijf.

Vanaf eind jaren twintig tot 1962 werden er ook autobuscarrosserieën bij Werkspoor gebouwd. In 1954 fuseerde het bedrijf met Stork en ging als Stork-Werkspoor verder, de naam Werkspoor is nu echter uit de concernnaam verdwenen en we komen de naam alleen nog tegen bij het Werkspoormuseum.

Werkspoor-19271013

advertentie oktober 1927

 

Lees meer: Werkspoor, Amsterdam

Vitters, Schiedam

N.V. Carrosseriefabriek Vitters Schiedam

In augustus 1914 (na de mobilisatie) bouwde Vitters in zes dagen tijd 210 auto's om tot vrachtauto's voor het leger. De carrosserieën bleven bewaard in een grote, afgesloten loods om na de mobilisatie weer te kunnen worden gebruikt. Normaal maakte de fabriek drie wagens per week met een personeelsbestand van 70 mensen., maar voor deze klus werd gewerkt met 125 man. Op dat moment had het bedrijf nog grote bestellingen lopen voor leveringen aan onder meer Afrika, Indië en Zuid-Amerika, maar waaraan door het uitbreken van de oorlog niet meer aan voldaan kon worden.

Vitters-19140922-1

(hierboven: de omgebouwde vrachtauto's voor het leger; hieronder de binnenplaats van de fabriek in 1914)

Lees meer: Vitters,  Schiedam

Visser, Leeuwarden

visser carrosserie 1937ca

advertentie hierboven circa begin jaren vijftig

Visser Leeuwarden is in 1910 opgericht door de heer Gerben Visser. Als Visser Wagenmakerij richtte het bedrijf zich voornamelijk op de productie van koetsen en sjezen. Toen het gemotoriseerd vervoer in Nederland toenam groeide Visser uit tot een bouwer van autobussen, ambulances en brancardsystemen. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw ontwikkelde het bedrijf zich meer en meer tot een specialist in hulpverleningsvoertuigen.

Tekst overgenomen van de website van Visser Leeuwarden

Lees meer: Visser, Leeuwarden

Veth, Arnhem

veth-1Veth, rijtuigbouwer sinds 1840, was één van de eerste in Nederland die in 1895 overschakelde op carrosseriebouw voor auto’s.



Links: de eerste Veth carrosserie op een motorvoertuig.

Lees meer: Veth, Arnhem

Copyright © Conam 2010-2017

All Rights Reserved.