Fabrikanten (beschrijvingen)

Kromhout, Amsterdam

In 1867 begon Daniël Goedkoop een reparatie scheepswerf op het terrein van de oude scheepswerf  “Het Kromhout”. Goedkoop bleef de naam van de oude werf gebruiken. In 1901 werd door Kromhout voor het eerst een scheepsmotor geconstrueerd, het was een benzinemotor en in 1905 volgde een petroleummotor.

Korte tijd later volgde nog een ruwe oliemotor waarvoor in 1908 een geheel nieuwe fabriek aan de overkant van het IJ in Amsterdam-Noord werd gebouwd. De motoren vonden zoveel aftrek dat in 1911 de werf werd afgestoten en de motorenfabriek werd uitgebreid. De naam van het bedrijf werd nu “Kromhout Motoren Fabriek D. Goedkoop Jr. N.V.”

In 1929 werd besloten om ook dieselmotoren te gaan bouwen. Besloten werd om een bestaande motor in licentie te bouwen en de keuze viel op de Engelse Gardner-Diesel.

Klik op deze link en je download een Excel-lijst van alle door Kromhout van 1935 tot 1958 gebouwde autobussen, trekkers en vrachtwagens


kromhout-1933-04-kromhoutVanaf 1932 werden de Kromhout-Gardner dieselmotoren geleverd als inbouwmotoren voor auto’s, schepen, locomotieven en als stationaire motoren. Kromhout was zeer actief in het aanbieden van de inbouwdiesels voor vrachtwagens en autobussen. De crisistijd hielp hierbij omdat door inbouw van een dieselmotor veel brandstof bespaard kon worden. De grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag lieten hun respectievelijke Magirus, Krupp en  Minerva bussen ombouwen met Kromhout dieselmotoren. Ook vrachtwagen merken als Indiana, Reo en Minerva konden al vanaf de importeur met Kromhoutdiesels worden uitgerust.

Lees meer: Kromhout, Amsterdam

Anderheggen

AnderheggenDe Amsterdamse ingenieur Ferdinant Anderheggen bouwde rond de eeuwwisseling een prototype auto. De lichte voiturette was eenvoudig te hanteren en beviel hem na een jaar gebruik zo goed, dat hij in 1900 in de Amsterdamse constructie werkplaats van de gebroeders Willink een tweede bouwde. Deze auto was van het type vis-à-vis: vier zitplaatsen met tegenover elkaar zittende bestuurder en passagiers.

Lees meer: Anderheggen

HOBRI, Mierlo (1975)

HOBRIDe HOBRI was een 6x6 aangedreven truck, welke door Gi-Ho BV aan de VAM (Vuil Afvoer Maatschappij) geleverd werd voor het transport van afval op hun terreinen. De afkorting HOBRI staat voor dhr. Houweling (van Gi-Ho) en dhr. Brink. Deze laatste was de directeur van de VAM vestiging te Mierlo, alwaar de truck kwam te rijden. De bouw van de truck werd uitbesteed aan GINAF.

Van de HOBRI is slechts een enkel exemplaar vervaardigd. Na de HOBRI heeft Gi-Ho nog diverse trucks aan de VAM geleverd, echter onder de naam GI-HO.

De truck werd aangedreven door een DAF dieselmotor i.c.m. een automatische transmissie. 

Ginaf, Veenendaal

ginafGINAF is in 1967 ontstaan uit de firma Gebr. van Ginkel te Ederveen, en maakt trucks speciaal voor bouwbedrijven en industrie uitgerust met DAF dieselmotoren. Jaarlijks tussen 75 en 110 wagens met een laadvermogen tussen 7 en 12 ton.

Klik hier voor een uitgebeide historie van het bedrijf of hier voor een kijkje bij GINAF anno nu.

GI-HO (1976-1983)

GI-HODe handelsonderneming Gi-Ho, opgericht in 1968 door de heren Van Ginkel en Houweling en gespecialiseerd in REO onderdelen, bood in 1972 reeds de GTS truck aan. Enkele jaren later (1975) waren zij verantwoordelijk voor de HOBRI truck. Vanaf 1976 werden de auto's als GI-HO aangeduid. Deze trucks waren gebaseerd op 5-tons M-truck onderdelen. Het chassis was nieuw, de motor kwam van DAF. De bouw van deze trucks werd in opdracht van Gi-Ho BV uitgevoerd bij GINAF. Door de jaren heen onstond er zo een kleine serie speciale trucks.

Naast nieuwe trucks deed Gi-Ho ook aan revisie. Het zwaartepunt lag hierbij op alwiel aangedreven trucks, met als specialiteit trucks op 'zware REO' basis. Er zijn trucks die na revisie de naam GI-HO op de grille kregen aangebracht.

In 1985 gingen de twee oprichters ieder hun eigen weg. Beide bedrijven zijn nu nog actief in de vrachtautowereld.

Gazelle, Dieren

gazelle-1In 1892 stichtten postbode Willem Kölling en kachelsmid Rudolf Arentsen uit Dieren een rijwielhandel. In 1902 vervaardigden ze rijwielen onder de naam Gazelle. Kort nadien startten zij ook met de fabricage van motorrijwielen, die echter spoedig werd stopgezet wegens gebrek aan succes.

Lees meer: Gazelle, Dieren

Gatso, Haarlem

gatso-kwik-07-2De bekende Nederlandse rallyrijder Maus Gatsonides liet in 1939 een sportwagen bouwen op het chassis van een Mercury. De wagen werd gedeeltelijk door de carrosseriebouwer Schutter & van Bakel gebouwd en gedeeltelijk in zijn eigen garage. Hij noemde de wagen Kwik.

Lees meer: Gatso, Haarlem

F.T.F., Wychen

Floor Truck Fabriek te Wychen, Een historisch overzicht van een Nederlandse zwaargewicht

door Erik van der Molen

ftf-1Rijdend over de Nederlandse wegen kon het wel eens voorkomen dat je een vrachtwagen van het merk FTF tegenkwam. Met recht kan gezegd worden dat het wel eens voor zou kunnen komen, want met een productie van ongeveer vijftig trucks per jaar was FTF een niet veel voorkomend merk vrachtwagen op de Nederlandse wegen.

Voor de tweede wereldoorlog was Floor al een bekende verschijning op de Nederlandse wegen. Nog niet met de aanhangwagens, opleggers en FTF-trucks maar met hun eigen vervoersbedrijf dat gerund werd vanuit Hilversum. De oorlog maakte een einde aan het transportbedrijf. Na de oorlog werd het bedrijf weer opgestart met een oude Chevrolet.


In de jaren vijftig begonnen de vier broers Floor een aanhangwagen- en opleggerfabriek. In eerste instantie om aanhangwagens en opleggers te produceren voor eigen gebruik. De producten kenmerkten zich door hun grote stabiliteit en hun lange levensduur. Met name in het stenenvervoer kwam overbelasting van het materiaal veelvuldig voor. De Floor producten gingen er niet gebukt onder. Het bleken Nederlandse zwaargewichten die voor geen enkel karwei terugschrikten. Ook bij derden bleek de belangstelling groot voor dit soort producten.

In 1955 werd de aanhangwagen productie uitgebreid met de assemblage van geïmporteerde Mack-trucks. In Wijchen bij Nijmegen werd daarvoor een nieuw pand neergezet. Samen met de Floor opleggers en aanhangwagens waren dit combinaties waar de Europese bedrijfswagens niet aan konden tippen. Vooral bij het zwaartransport en het transport van stenen, hooi en stro bleken de producten van Floor veelal de enige mogelijkheid.

De eerste FTF
Tijdens de periode van het assembleren van Mack-trucks werd al gedacht aan het produceren van een vrachtwagen onder de eigen naam. Begin zestiger jaren werden de gebroeders Floor geconfronteerd met een conflict met de Mack fabriek.

Mack wilde in Frankrijk een assemblagefabriek bouwen en van daaruit de Europese markt bevoorraden. De broers Floor grepen deze gelegenheid aan om hun ideeën voor een eigen vrachtwagen verder vorm te geven. In 1966 werd op de RAI met gepaste trots de primeur van de in eigen beheer gebouwde truck getoond. Het begin van de FTF historie was een feit.

De eerste FTF trok sterk de aandacht. Dat kwam niet alleen door zijn vierkante cabine. Het kwam mede doordat het een Nederlandse truck was die was samengesteld uit Amerikaanse componenten: een Detroit Diesel motor en de transmissie van het merk Allison. Floor had ook een andere Nederlandse primeur; de eerste in Europa gebouwde zware truck met een automatische transmissie.

Hoewel de markt voor dit soort zware trucks klein is, kreeg Floor geleidelijk aan voet aan de grond. In 1966 werden de eerste drie wagens afgeleverd. In 1969 reden er inmiddels een veertigtal FTF’s rond op de Nederlandse wegen. Floor bleef niet stil zitten en ging verder met het ontwikkelen van de FTF. Zo kon er op de RAI van 1970 wederom een primeur getoond worden, de F-8.29D. Een in eigen beheer ontwikkeld model, geschikt voor een treingewicht van 200 ton. Met zijn 477-PK sterke V12 Detroit Diesel was het de sterkste wagen ooit op de RAI vertoond. Bovendien was de truck inmiddels voorzien van de Mark-II cabine van het Engelse, Motor panels.

1280px FTF tanktransporter
Een bewijs dat Floor en FTF inmiddels een begrip waren geworden, bleek uit de opdracht van de Koninklijke Landmacht voor het leveren van 39 zware trekkers. Deze 39 wagens werden in 1974 geleverd. Met deze order kwam het totaal aantal afgeleverde wagens op 238.

(bron foto: Macfip - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=6436531)






De grote namen in de zwaartransportwereld wisten de weg naar Floor te vinden. Floor kon leveren wat de serieproducent niet kon leveren. Hun specifieke wensen konden bij Floor wel ingewilligd worden. Voorbeelden van het specialisme van Floor waren onder andere de veertig roadtrains voor ECT en de 19 brandweerwagens, de zogeheten Refinary fire fighting trucks welke Saval-Kronenburg in 1984 en 1985 heeft geleverd aan diverse Egyptische olieraffinaderijen. Of de 19 zware kippers van het type FD-10.40D die aan Nilo Beverwijk zijn geleverd.
Naast de zwaartransportsector wisten ook steeds meer transportbedrijven uit het distributievervoer de producten van Floor te waarderen. Klanten van het eerste uur waren onder andere Huybrechts te Oosterhout, Gebroeders de Jong te Leiderdorp en van Heezik te Maarssen. In 1976 leverde Floor een F-8.8.30DS af aan de Havikerwaard in De Steeg. Hier is slechts één voertuig van gemaakt. Het was een kipper met een opbouw van Alusuisse.

ftfHet voortbestaan van Floor
Eind 1979 introduceerde Floor de derde generatie cabine, de Mark-IV van Motor Panels. Waren tot voordien slechts slaapcabines leverbaar, nu was er keuze uit een verscheidenheid aan cabine-uitvoeringen. Ook weer geheel op de wensen van de klant afgestemd. Eind jaren tachtig werd een prototype truck gebouwd welke voorzien was van een volledig elektronisch gestuurde Detroit Diesel lijnmotor. Indien Floor deze ontwikkeling verder had doorgezet dan had het best zo kunnen zijn dat ze wederom een primeur hadden, namelijk de eerste fabrikant die een truck met volledig elektronisch gestuurde dieselmotor op de markt bracht. Met een sterk groeiende aanhangwagen en opleggerfabriek leek de toekomst voor Floor er rooskleurig uit te zien.

Floor stopt met de productie van FTF
In 1995, bijna dertig jaar na de eerste stap op de vrachtwagenmarkt, zette Floor een punt achter de productie van hun eigen vrachtwagenmerk FTF. Het besluit van de directie was gebaseerd op de slechte marktvooruitzichten. De ontwikkelingskosten wogen niet meer op tegen de opbrengsten. Bovendien kregen de serieproducenten ook een breder assortiment en verdrongen daarmee de kleine producent, die maatwerk leverde, van de markt.

Vijf-assige kippers of vier-assige trekkers waren voor Floor destijds geen probleem. Er zijn er slechts vijf van gemaakt. Tegenwoordig is het gemeengoed.
De laatst gebouwde truck betrof een roadtrain van het type FD-8.20D1 voor ECT. Het chassisnummer is 94717 en rijdt bij ECT onder wagennummer 940. In totaal zijn door Floor zo’n 700 FTF trucks gebouwd. Met de sluiting van de fabriek in Wijchen is een hoofdstuk toegevoegd aan de Nederlandse (vracht)autogeschiedenis.

De productie van de FTF
De fabriek van Floor in Wychen lag aan een eenvoudige weg, op een eenvoudig industrieterrein stond een evenzo eenvoudig pand. Niets, maar dan ook niets aan het pand deed vermoeden dat hier vrachtwagens gebouwd werden. Maar vanuit dit pand aan de Havenweg 4 te Wijchen hebben tussen 1966 en 1994 zo'n 650 FTF's hun weg naar de klanten gevonden.

FTF fabricage 01
De ingang van het pand in Wijchen







Van een heuse geautomatiseerde vrachtwagenfabriek zoals we kennen van grote namen als Scania, DAF en Volvo was hier geen sprake. Want zo steriel als die fabrieken was het hier niet. Maar toch werden hier vrachtwagens geproduceerd. Wat maakte de productie dan zo anders? Alles gebeurde onder één dak, naast elkaar en door elkaar. Zo moest je niet vreemd opkijken als er tussen de Detroit Diesels en de in aanbouw zijnde trucks een FTF werd klaar gemaakt voor aflevering. Of dat er een aantal pas gespoten cabines naast een chassis in aanbouw stonden terwijl elders in de hal een FTF voor onderhoud stond.

FTF fabricage 05FTF fabricage 06FTF fabricage 07








foto's hierboven: een overzicht van de 'productielijn' van Floor in Wijchen

FTF fabricage 08
De 5-assige FTF van gebroeders Greving uit Groningen staat voor onderhoud bij Floor













Met een productie van ongeveer vijftig trucks per jaar waren groots opgezette productielijnen niet nodig. De jaarproductie van Floor stond in schril contrast met de dagproductie van de grote merken. Het niet hebben van een productielijn was eerder de kracht dan een gemis. Het stelde Floor in staat om direct op de wens van de klant in te spelen. Geen aanpassingen in de productielijn, maar gewoon een hoekje in de loods vrijmaken om aan de wens van de klant te kunnen voldoen.

FTF fabricage 09FTF fabricage 10FTF fabricage 12











Het assembleren van een FTF had veel weg van het in elkaar zetten van een bouwpakket. Het begon allemaal met berekeningen en met goede gedetailleerde tekeningen. Het feit dat wij hebben kunnen (en nog steeds kunnen) genieten van zeer bijzondere vrachtwagens, is te danken aan de mensen achter de tekentafels bij Floor. Dat aan die tekentafels hele bijzondere mensen zaten die hele bijzondere voertuigen wisten te ontwerpen mag wel blijken als we terug kijken naar de tijd waarin dit allemaal heeft plaatsgevonden.

In 1978 had Floor de primeur met een 5-assig chassis. Heden ten dage wordt hier niet vreemd meer van opgekeken. Dit soort types zitten nu in het standaard-programma van alle truckfabrikanten. Na het berekenen en tekenen kon aan de slag gegaan worden met het samenstellen van de FTF. Vrijwel de gehele FTF werd samengesteld uit Amerikaanse componenten. Floor maakte gebruik van de volgende componenten:

Chassisbalken: Geïmporteerd uit Amerika
Motoren: Eerst Mack-motoren en later Detroit Diesel. Beiden uit Amerika
Transmissie: Fuller Roadranger, Allison (semi) automaat
Assen: Overwegend Kirkstall. Maar ook Mack, Steyer, Timken en Faun assen zijn gebruikt
Cabine: Eerst eigen ontwerp, de zogeheten van Vugt-cabine, later MotorPanels uit Engeland

Voor een kleine vrachtwagenproducent was het niet rendabel om een testcircuit te hebben. Proefritten werden daarom gewoon gehouden op de openbare weg. Eigenlijk had Floor het grootste testcircuit van Europa; het Nederlandse wegennet.

FTF fabricage 13
Een FS-10.30DSS komt terug van een proefrit





FTF fabricage 14
Floor beschikte ook niet over een groot dealernet. Sterker nog, er waren in zijn geheel geen dealers. Een FTF kocht je rechtstreeks bij de fabriek. Ook dat maakte Floor en FTF uniek. Aflevering vond doorgaans plaats vanuit de fabriek.





FTF fabricage 15
Werkend in een lekker voorjaarszonnetje wordt de laatste hand gelegd aan de aflevering van een aantal 4x2 trekkers voor Huijbregts in Oosterhout













Dat het bij Floor allemaal draaide om de eenvoud blijkt ook wel uit het feit dat aan promotie niet veel aandacht besteed werd. Althans niet op de wijze zoals de grote truckfabrieken dat deden. Niet in een goed uitgezochte omgeving met lichttechnieken en professionele fotograven. Floor koos ervoor om de presentaties en het maken van ‘statieportretten’ plaats te laten vinden op het weiland achter de fabriek. Zo zijn ook alle foto's voor de folder op dit weiland gemaakt. Met recht kan gezegd worden dat Floor een kleine, bijzondere en vooral grootse vrachtwagenbouwer was.

FTF fabricage 16
Voorkant van de folder







Foto’s Rob Aardewijn

ftf-1969
advertentie 1969




















Eysink, Amersfoort

Eysink, Amersfoort. Machine fabriek sinds 1886, later ook rijwielen en sinds 1899 automobielen tot 1919 (±325 stuks), daarna motorfietsen en na de oorlog bromfietsen. Faillissement in 1956 maakte een eind aan het bedrijf.

Eijsink 1898
De eerste auto van Eysink in 1899

De geschiedenis van dit merk staat uitgebreid beschreven in het boek "Eysink. Van fiets tot motorfiets" geschreven door Vincent van der Vinne en uitgegeven bij De Bataafsche Leeuw, 2001, ISBN 90 6707 533 7

Lees meer: Eysink, Amersfoort

Econoom, Amsterdam

Twee medewerkers van Spyker, de heren Hautekeet en van Asselt, begonnen in 1910 een eigen garage- en reparatiebedrijf in een gehuurd pand aan de Van Ostadestraat 183 in Amsterdam. Een jaar later werd het pand te klein, waarna het bedrijf verhuisde naar een ruimer pand in het gebouw 'Velox' aan Hobbemastraat.

napier-19120913-veth

advertentie september 1912

Lees meer: Econoom, Amsterdam

D.M.F., Driebergen

Driebergse Motorrijwielen Fabriek, Driebergen.

Nederlandse fabriek van de voormalige coureurs Wim Nolthenius en Joop Verkerke. Zij wilden in 1940 motorfietsen onder de naam "Servo" gaan maken. Mogelijk om de Gemeente Driebergen te paaien (en zo een Hinderwet vergunning te krijgen) veranderden ze al snel de naam in Driebergse Motorrijwielen Fabriek.

Lees meer: D.M.F., Driebergen

DAF, Eindhoven

daf-1Begonnen in 1928 met de fabricage van stalen kasten en magazijnrekken. Daarna aanhangwagens en opleggers, kort voor de oorlog militaire voertuigen. Na de oorlog vrachtwagens en militaire voertuigen. Van 1958 tot 1975 ook personenauto’s. Nu alleen vrachtauto’s. Sinds 1996 eigendom van het Amerikaanse Paccar.

Lees meer: DAF, Eindhoven

Burgers, Deventer

Burgers-1In 1869 richtte Hendricus Burgers in Deventer de "Eerste Nederlandsche Fabriek van Vélocipèden" op. In 1896 bouwde hij de eerste motorrijwielen, gevolgde door een kleine produktie van enkele driewielige voertuigen met eigen motor en met De Dion motor. 

Links een advertentie uit "De Kampioen" van 7 juli 1899 waaruit blijkt dat er al in de zomer van 1899 enkele automobielen afleveringsklaar waren. Ook leverde Burgers losse motoren om zelf een twee- of driewieler te bouwen. De autoproductie was zeer beperkt en werd na enkele jaren gestopt.

Na de tweede wereldoorlog waren er plannen om de Duitse Brütsch in licentie te bouwen.

bron: website Burgers ENR

Lees meer: Burgers, Deventer

BMI, Bilthoven

Bilthovensche Metaal Industrie, Bilthoven 1934 - 1937

bmi-3

Ir. Beyermans, ingenieur bij Stork, kreeg in 1930 opdracht een verkoopbaar product te ontwikkelen om de werkgelegenheid te vergroten. Hij kwam met twee projecten, een scheepsdiesel en een rijwielhulpmotor. Stork koos voor de scheepsmotor. Beyermans begon toen voor zichzelf met de rijwielhulpmotor. Het 80 cc viertakt motortje werd op een damesfiets van Burgers uit Deventer gemonteerd.

Lees meer: BMI, Bilthoven

Beers, Den Haag

Beers, Den Haag (1915-2004)

Naast de Beers Floating Tractors uit de jaren dertig, en de Handyvan van na WOII, zijn er nog meer vrachtauto's met de merknaam Beers. In de jaren 70 en 80 zijn er door Beers Scania's aangepast (o.a. assen bijgeplaatst) waardoor er een nieuwe typegoedkeuring vereist werd. De nieuwe merknaam werd hierdoor Beers.

In 1915 verwierf Adriaan Beers het importeurschap voor Büssing bedrijfsauto's. Vanaf het begin schatte de heer Beers het belang van een goede aftersales hoog in zodat naast het leveren van chassis ook de levering van onderdelen grote aandacht kreeg. In 1923 werd het leveringsprogramma uitgebreid met het Franse merk Chenard Walker, dat niet alleen vrachtauto's produceerde, maar ook personenauto's en tractoren. Op de Bedrijfsauto-RAI van 1925 werden de Franse voertuigen voor het eerst op een beurs getoond. De zaken liepen voorspoedig zodat het bedrijf al snel haar intrek nam in een nieuw onderkomen met een werkplaats. De eerste werkplaats met de naam Beers op de gevel was een feit. In de dertiger jaren verwierf Beers het importeurschap voor de Amerikaanse Diamond T trucks. Onderwijl waren de activiteiten voor de andere merken sterk teruggelopen. Eind jaren dertig bood het bedrijf werk aan 47 medewerkers, waaronder alle vier de zoons van de heer Adriaan Beers.

Lees meer: Beers, Den Haag

Bambino, Rotterdam

bambino-3Halverwege de jaren vijftig waren de z.g.n. scootmobielen populair, vooral in Duitsland. Daar was b.v. de Fuldamobil te bewonderen, een paaseivormige driewieler met een ILO tweetaktmotor. De Fuldamobil werd in Nederland geïmporteerd door de Rotterdamse verkooporganisatie Hostaco en als Bambino op de markt gebracht. Er waren plannen om bij Alweco, het moederbedrijf van Hostaco in Veghel, de Fuldamobil-Bambino te gaan assembleren, maar het faillissement van de Duitse fabrikant gooide roet in het eten. Daarop ontwikkelde men zelf de Bambino Sport, die op de RAI van 1957 als portierloze polyester cabriolet werd gepresenteerd. De reactie van het publiek maakte echter duidelijk dat het driewieler tijdperk verleden tijd was.

Lees meer: Bambino, Rotterdam

Story

Story 1940 10 24 iam

Autorijden was gedurende de Tweede Wereldoorlog slechts mogelijk met een rijvergunning, waardoor een groot deel van de autoproducenten en de van hen afhankelijke bedrijven overbodig werden. Het personeel van de Internationale Automobiel Maatschappij te Den Haag (bekend als importeur van onder andere de merken Studebaker en Hillman) bedacht een noodoplossing voor de benzineschaarste en ontwikkelde een driewielige trapauto. Na enkele vermoeiende proefritten werd de trapauto in september 1940 opgevolgd door een elektrisch aangedreven tweepersoons roadster. Men noemde het voertuig ‘Study’ met een beetje weemoed naar de vooroorlogse Studebaker, maar na bezwaren werd de naam omgedoopt in ‘Story’.

Lees meer: Story

Terberg, Benschop

Op 13 mei 1869 begint Johannes Bernardus Terberg een smederij in Benschop. In 1949 koopt Willem George Terberg een aantal Amerikaanse legervoertuigen uit de dump en bouwt die om voor civiel gebruik. Zijn zoons Goof en Ferdinand (Fep) bouwen het bedrijf verder uit. Sinds 1966 bouwt Terberg trucks onder eigen naam met DAF en Mercedes Benz dieselmotoren.

terberg-1951-05-bovag

advertentie mei 1951

 

Lees meer: Terberg, Benschop

Volvo, Born

Volvo, de Zweedse Volvofabriek, nam in 1975 de personenwagenfabriek in Born van DAF over. Ze bouwden daar de uit de DAF ontwikkelde kleine Volvo’s. Later kwam daar een nieuw type bij wat in samenwerking met Mitsubishi werd ontwikkeld. Tot 2012 was de fabriek geheel in handen van Mitsubishi en werden daar de Mitsubishi Colt en de SUV in uitvoeringen voor Mitsubishi, Citroën en Peugeot gebouwd.

Zie de uitgebreide geschiedenis op Wikipedia

 

W.V.T.

Een MAN bedrijfswagen waar door toevoegingen of veranderingen door Wierda een nieuwe typegoedkeuring werd vereist.

N.V. Netam, Rotterdam (auto's)

NETAM-4De firma Netam had voor de oorlog al een goede naam als bouwer van kippers en speciale opbouw op bestaand chassis en de bouw van opleggers en aanhangers. In de oorlog lag dat soort werk praktisch stil, daarom kreeg Ir. Stein de opdracht om elektrische voertuigen te ontwerpen voor goederen vervoer en personen vervoer. Hij kwam met twee wagens, een handig bestelwagentje en een goed uitziende kleine personenauto ze hadden een 3,6 pk elektromotor van Smit-Slikkerveer die gevoed werd met 12 accu’s van 6 volt elk. Het was de bedoeling dat de wagens later omgebouwd konden worden met een benzinemotor als er betere tijden zouden komen.

Lees meer: N.V. Netam, Rotterdam (auto's)

Aarts - Neerlandia

Aarts-portret-webAarts was gevestigd in Dongen (NB) en bezat daar een machine fabriek. De leiding van die fabriek was in handen van een zekere Adriani, iemand die kennelijk vóór zijn aanstelling bij Aarts in Frankrijk had gewerkt en daar studie had gemaakt van de automobiel industrie.
Aarts heeft rond 1899 vermoedelijk de hiernaast afgebeelde auto geproduceerd die was voorzien van een onbekende motor uit België. Het bleef vermoedelijk bij een proefrit en tot productie is het waarschijnlijk nooit gekomen.
Kennelijk wel succesvol waren de Aarts autobussen en vrachtwagens.
Na 1900 wordt er van Aarts niets meer vernomen.

Onderstaand artikel over Aarts werd geschreven door geschreven door Giel van Hooff.
(Eerder gepubliceerd in 'Verkeer en Vervoer in Brabant 1814-1940’ uit 2013 van Frans Kense e.a.)

1899 Neerlandia te Dongen: de eerste Nederlandsche Automobielfabriek

Net zoals bijvoorbeeld de stoomtrein en stoomwagen kwam ook het motorvoertuig uit het buitenland Nederland binnen. Maar ook hier gold: voorbeeld doet volgen. Inventieve en ondernemende binnenlandse producenten gingen al voor 1900 aan de slag en kwamen met een 'eigen' (dat wil zeggen grotendeels uit geïmporteerde onderdelen samengesteld geheel, een soort assemblage dus) product op de markt. De bekendste naam uit deze pioniersperiode is de firma Spijker, maar ook op Brabantse bodem was er rond 1900 een enkele automobielmaker. De meest raadselachtige is wel de firma Neerlandia te Dongen geweest, ook wel bekend onder de naam Aarts, naar de oprichter-eigenaar en drijvende kracht.

Lees meer: Aarts - Neerlandia

Electricit, Amsterdam ±1900

73-electricit

De eerste ”Electromobiel” uit de Nederlandsche Metaalwarenfabriek, een voorbeeld van innovatief ondernemerschap van een Amsterdamse fabrikantenfamilie in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Door J.H. Scholte

Op dinsdag 23 mei 1899 konden genodigden en hun dames in het Velodrome, het gebouw van de rijwielschool Velox om half acht ’s avonds de eerste Electromobiel uit de Nederlandsche Metaalwarenfabriek bezichtigen. Het velodrome was in 1897 gebouwd, het was de grootste overdekte rijwielschool van Nederland. Hier werd bij slecht weer fietsles gegeven aan dames in elegante lange rokken en hoog gesloten blouses. Met gevaar voor eigen leven, op fietsen met een onhandig hoog wiel. De oefenhal had daarom gecapitonneerde wanden om tegen vallen te beschermen. Mevrouw Ella Molenaar van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis was zo vriendelijk om mij een kopie van de uitnodiging toe te sturen, vermoedelijk is dit het enige nog bestaande exemplaar. In het velodrome werd door de bestuurder van de Electromobiel zogenaamde ”evoluties” uitgevoerd. Het rijtuig reed achteruit, vooruit en bewoog zich in allerlei bochten, reed met een snelle vaart in op een groep personen. Bij de groep aangekomen verrichtte de bestuurder een zwenking. De makkelijke bestuurbaarheid werd als voordeel gezien op gewone wagens met paarden.

Lees meer: Electricit, Amsterdam ±1900

Copyright © Conam 2010-2020

All Rights Reserved.